Advies

Advies Om de stilte heen

Op 15 juni heeft de kunstraad Om de stilte heen, het advies over de aanvragen voor de Amsterdam Bis ter voorbereiding van het Kunstenplan 2021-2024, gepresenteerd. De kunstraad heeft 49 aanvragen ontvangen voor 35 plekken. Nieuw is de toevoeging van 9 functies in de Amsterdam Bis. Met de invulling die de kunstraad adviseert zal de Amsterdam Bis beter gespreid zijn over de stad en meer ruimte bieden aan onderbelichte verhalen. Voor de Amsterdam Bis is 73,5 miljoen euro beschikbaar. De kunstraad kiest in dit advies voor vernieuwing in genres. Bij de historisch gegroeide verhouding tussen de genres is wat de kunstraad betreft graduele bijstelling op zijn plaats. De kunstraad adviseert een verschuiving van subsidie van de klassieke podiumkunsten naar de genres beeldende kunst, letteren en film, die traditioneel minder gesubsidieerd worden. Ook de mate waarin aanvragers werk hebben gemaakt van (culturele) diversiteit en inclusie heeft bij de verdeling van het beschikbare geld een rol gespeeld.

Inleiding

Amsterdam was tot voor kort een bruisende stad vol dagjesmensen en toeristen die samen met de Amsterdammers gretig gebruikmaakten van het rijke aanbod van kunst en cultuur. Half maart raakte de sector door de maatregelen rond de coronapandemie van de ene op de andere dag in een krimpscenario. De focus is verlegd naar de noodzaak van de 1,5-meternorm, de dromen hebben plaats moeten maken voor de vraag wat er op korte en lange termijn überhaupt mogelijk en haalbaar is. Realiteit is dat veel culturele instellingen in een onzekere situatie verkeren en een aantal van hen dreigt om te vallen. De plannen zijn ingediend in een tijd die helaas ver weg lijkt van de wereld waarin wij nu leven. De aanvragen laten een sector zien met vertrouwen in de toekomst; bijna alle instellingen stippelden een groeiscenario voor zichzelf uit. De Amsterdamse Kunstraad had graag over de aanvragen voor de Amsterdam Bis 2021-2024 een advies gepresenteerd dat een baken van hoop in moeilijke tijden was geweest, maar de geringe beschikbare middelen voor het kunstenplan vormen een realiteit waar de kunstraad niet omheen kan. De verwachtingen die zijn gewekt in de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2021-2024, waarin staat dat er ‘8,1 miljoen euro wordt toegevoegd aan de Amsterdam Bis’, doen anders vermoeden, maar geven een veel te rooskleurig beeld. In de financiële paragraaf gaan wij nader in op de achterliggende cijfers. Er is nog geen half miljoen euro extra besteedbaar.

De kunstraad is van mening dat er structureel te weinig geld is voor de gesubsidieerde cultuur in de stad. Het budget is al jaren ontoereikend. In de aanloop naar de vorige gemeenteraadsverkiezingen heeft de kunstraad de politieke partijen erop gewezen dat er 40 miljoen euro toegevoegd zou moeten worden aan de begroting voor Kunst en Cultuur. Tegelijkertijd legt het college van B en W veel ambitie aan de dag, vooral op het vlak van diversiteit en inclusie, maar ook als het gaat om eerlijk belonen.

In het coalitieakkoord is 5 miljoen euro extra uitgetrokken voor het hele kunstenplan. Van dit geld is 1,4 miljoen euro gereserveerd voor de Amsterdam Bis. Tegelijkertijd hebben de instellingen in de huidige A-Bis vanaf 2019 te maken met het feit dat het college van B en W bij wijze van bezuiniging besloten heeft geen nominale verhoging op de subsidies uit te keren.

Alleen in het jaar 2020 is sprake van een incidentele indexatie van 0,9%. Vanaf 2021 zouden de instellingen dus weer terugvallen op hun subsidiebudget van 2019, ware het niet dat het totaalbedrag op advies van de kunstraad in de nieuwe kunstenplanperiode anders tussen de instellingen in de Amsterdam Bis wordt verdeeld.

In totaal werd er door de 21 instellingen die in de periode 2021-2024 op naam in de Amsterdam –Bis zijn opgenomen, € 77.255.876 aangevraagd. Op dit moment ontvangen zij samen € 68.722.916 subsidie per jaar. Door de 28 overige instellingen die in aanmerking willen komen voor een functieplek in de Amsterdam Bis is €12.197.690 aangevraagd. In totaal is er dus voor € 89.453.566 aangevraagd, terwijl er € 73.541.903 te verdelen is.

De kunstraad heeft ervoor gekozen om de aanvragen te beoordelen zoals ze (voor de crisis) zijn ingediend. Hiermee betoont de kunstraad respect voor de gedegen ondernemingsplannen die voor de komende vier jaar zijn ingediend. De kunstraad heeft de plannen op hun waarde beoordeeld en stelt het gemeentebestuur in staat om besluitvorming over de Amsterdam Bis voor het zomerreces af te ronden. Dit advies is net als voorgaande kunstenplanadviezen gebaseerd op de criteria in de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2021-2024, waarbij de artistieke kwaliteiten van instellingen vooropstaan. Er is door de kunstraad dus niet gekeken, wie er het eerst en/of het hardst geraakt wordt door de coronacrisis. Over steunmaatregelen voor instellingen in de Amsterdam Bis heeft de kunstraad separaat geadviseerd.

 

Cultuursector en corona

De noodzaak de kunsten en de creatieve sector van Amsterdam overeind te houden, is een nieuwe uitdaging voor de stad. De kunstraad heeft geadviseerd een Amsterdamse Bank voor het Behoud van Kunst en Cultuur (ABBKC) in te richten en is achter de schermen bezig met de realisatie van dit plan. De burgemeester en de wethouder voor Kunst en Cultuur hebben het idee omarmd en het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en Amsterdamse Culturele Instellingen (ACI) zijn partner in de gedachtevorming en uitwerking. De kunstraad kijkt breder dan de gesubsidieerde cultuur en vraagt nadrukkelijk aandacht voor de positie van de makers en de zelfstandige (podium)kunstenaars. 60% van de werkenden in de culturele sector bestaat uit zelfstandigen. Een groot deel van hen woont in Amsterdam.

Generieke steunmaatregelen uit de eerste maanden van de crisis moeten worden opgevolgd door maatoplossingen per instelling. De kunstraad realiseert zich dat niet alles op dezelfde voet verder zal kunnen gaan. In de jaren na de bezuinigingen op cultuur door het eerste kabinet Rutte, zijn de instellingen aangespoord met goed cultureel ondernemerschap meer eigen inkomsten binnen te halen. Het wegvallen van de eigen inkomsten door de coronamaatregelen komt hierdoor veel harder aan. Gemiddeld zijn de instellingen in het kunstenplan voor 50% gesubsidieerd, de overige 50% verdienen zij aan de kassa of, voor een kleiner aandeel, door sponsoring. De instellingen met de hoogste eigen inkomsten en het kleinste eigen vermogen zijn het meest kwetsbaar in deze situatie. Maar de effecten van de coronacrisis zijn over de gehele linie voelbaar en verstrekkend.

In de bijlage bij dit kunstenplanadvies presenteert de kunstraad een webmagazine over de actuele stand van zaken in de kunsten en de creatieve industrie in Amsterdam. Via een rondgang langs grote, middelgrote en kleine instellingen in diverse disciplines, proberen wij een realistisch beeld te schetsen van de nood en van het weerstandsvermogen van de sector. Zie https://hoenuverder.kunstraad.nl.

Toelichting werkwijze van de beoordeling

Beoordelingsproces

De Amsterdamse Kunstraad heeft 49 aanvragen voor de Amsterdam Bis ontvangen, waarvan 21 op naam door het college van B en W in de Amsterdam Bis zijn geplaatst. Van deze instellingen beoordeelt de kunstraad het realiteitsgehalte van de plannen, de toegevoegde waarde voor de stad en de wijze waarop de instellingen, uitvoering geven aan de beleidscriteria uit de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2021-2024. Voor de overige 28 instellingen geldt dat zij opteerden voor een van de negen functies, waar in totaal veertien plekken beschikbaar zijn. De plannen van deze instellingen zijn eveneens beoordeeld op de criteria uit de hoofdlijnen, realiteitsgehalte en toegevoegde waarde voor de stad. Vervolgens is gekeken welke instellingen naar mening van de kunstraad het best passen in de functieomschrijvingen. In deze omschrijvingen heeft het college de nadruk gelegd op de doelstelling, bij te dragen aan een inclusieve stad en het brengen van onderbelichte verhalen.

De aanvragen zijn in eerste instantie behandeld door de negen commissies van de Amsterdamse Kunstraad; zeven disciplinecommissies (Beeldende Kunsten en Digitale Cultuur – Dans – Film en Media – Letteren en Debat – Musea, Erfgoed en Monumenten – Muziek en Muziektheater – Theater) en twee multidisciplinaire commissies (Commissie Kunst- en Cultuureducatie en Participatie en Commissie Podia). Sommige aanvragen werden in meerdere commissies behandeld door middel van een (intern) co-advies.

De 49 aanvragers voor de Amsterdam Bis hebben alle een Actieplan Diversiteit en Inclusie opgesteld. Sommige hebben ook een nulmeting gedaan en meegestuurd. Deze actieplannen zijn gelezen en besproken in de verschillende disciplinecommissies en tevens is het geheel aan actieplannen door de Commissie Kunst- en Cultuureducatie en Participatie beschouwd. De werkgroep Vastgoed van de kunstraad heeft alle aanvragen voor de Amsterdam Bis bestudeerd op de onderwerpen vastgoed en duurzaamheid.

Na lezing van de aanvraag hebben alle commissieleden een individueel oordeel gegeven over het ingediende ondernemingsplan aan de hand van de vier criteria uit de hoofdlijnen. Vervolgens waren de aanvragers in de gelegenheid hun plannen mondeling toe te lichten aan de commissie. Alle aanvragen zijn in commissieverband uitgebreid besproken, waarna een preadvies werd opgesteld. Deze preadviezen zijn voor een check op feitelijke onjuistheden naar de instellingen gestuurd.

De reacties van de instellingen zijn samen met de preadviezen door het bestuur van de kunstraad besproken in combinatie met de financiële component van de aanvragen. Het bestuur heeft vervolgens besloten over de invulling van de functieplekken en de inhoud van de adviezen. Voor de verdeling van het beschikbare budget heeft de kunstraad ten slotte een integrale afweging gemaakt.

 

Samenwerking met het AFK

Met ingang van het Kunstenplan 2017-2020 is het Amsterdams Fonds voor de Kunst betrokken bij de advisering over aanvragen voor het kunstenplan. Het gaat hierbij om alle aanvragen van instellingen die niet in aanmerking komen voor de Amsterdam Bis. Gegeven het feit dat het Amsterdamse kunstenveld een dynamische biotoop is met veel wederzijdse vertakkingen tussen grote, middelgrote en kleine instellingen, is overleg tussen de kunstraad en het fonds logisch en ook noodzakelijk. Dit overleg heeft op verschillende momenten plaatsgevonden. Tijdens deze gesprekken is informatie uitgewisseld over aanvragen en is er gesproken over de kracht en specifieke kenmerken van de verschillende disciplines. Om de integraliteit van de advisering te bevorderen, hebben de kunstraad en het AFK in elke disciplinecommissie gebruikgemaakt van een zogenoemde ‘dubbeladviseur’, die zowel over de Amsterdam Bis als over de vierjarige regeling van het AFK in zijn of haar discipline geadviseerd heeft.

Beoordelingscriteria

De kunstraad heeft ruim voordat de termijn sloot voor het indienen van aanvragen voor de Amsterdam Bis in een beoordelingskader uiteengezet op welke wijze de vier criteria uit de hoofdlijnen zouden worden toegepast.

 

→ Artistiek belang – Hierbij is gekeken naar de artistieke eigenheid van de te realiseren activiteiten, het artistieke concept, de ambitie en de ontwikkeling.
→ Belang voor de stad – Instellingen in de Amsterdam Bis moeten een stevige bijdrage leveren aan de beleidsdoelstellingen die het gemeentebestuur heeft geformuleerd voor de periode 2021-2024: groei van kunst en cultuur in de wijken; meer aandacht voor makers; meer ruimte voor experiment, innovatie en de nachtcultuur; verbreding van cultuureducatie, talentontwikkeling en participatie; versterking van internationale kunst en cultuur.
→ Uitvoerbaarheid – Dit criterium heeft betrekking op de haalbaarheid (zowel zakelijk als artistiek) van de in de aanvraag
verwoorde plannen binnen het gegeven financiële, organisatorische en personele kader. De bedrijfsvoering moet op orde
zijn en de meerjarenbegroting realistisch en sluitend.
→ Diversiteit en inclusie – Het criterium diversiteit en inclusie gaat over representatie en het ontsluiten van onderbelichte
verhalen. Hierbij toetst de kunstraad welke bijdrage de instelling levert aan de diversiteit van het kunst- en cultuuraanbod
en het cultuurpubliek in de stad en de mate waarin de kunsten cultuursector inclusief is.

Diversiteit en Inclusie

De wethouder benoemt in de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2021-2024 een aantal kansen voor grote instellingen: kansen om nieuwe perspectieven te presenteren (programma); onverwachte samenwerkingen aan te gaan (partners); nieuwe publieksgroepen te binden (publiek). De kunstraad is op deze terreinen heel veel goede initiatieven tegengekomen in de actieplannen en de ondernemingsplannen van de aanvragers. Om tot een inclusieve sector te komen, heeft diversiteit van het personeel volgens de kunstraad de grootste prioriteit. Meerstemmigheid begint bij het eigen personeel. Via de interne organisatie, dus van binnenuit, worden de diversiteit en inclusie van het programma en het publiek beïnvloed.

Van diversiteit en inclusie op bestuurs- en directieniveau is nog niet veel te merken. Hierin ligt Amsterdam achter op andere steden. De kunstraad constateert dat diversiteits- en inclusiebeleid gemakkelijker in de lagere geledingen van instellingen wordt geïmplementeerd dan op bestuurlijk niveau, waar de belangrijkste beslissingen worden genomen. Het bijna disproportioneel inzetten op het diversifiëren van publiek of programma, biedt voor deze omissie geen compensatie.

Op het podium en in leidinggevende posities is representatie van groot belang. De kunst- en cultuursector kent een naar binnen gekeerd wervingsbeleid. De kunstvakopleidingen zijn leverancier van personeel aan de grote instellingen, die op hun beurt weer docenten leveren aan de opleidingen. De kunstraad is zeer verheugd over het feit dat makers afkomstig van instellingen met ervaring in het vertellen van onderbelichte verhalen steeds vaker worden aangetrokken om les te geven op de kunstvakopleidingen. Het maakt deze onderwijsinstellingen toegankelijker voor talent met een biculturele achtergrond.

Instellingen die met subsidie werken, moeten zich verhouden tot alle Amsterdammers. Sommige kunstvormen spreken pas tot de verbeelding, wanneer de toeschouwer/luisteraar voorkennis heeft en het aanbod kan plaatsen in een context. Daarom zijn educatie en participatie van groot belang voor de toekomst van de sector. Verbreding van het publiek hoeft wat de kunstraad betreft niet hand in hand te gaan met het verlagen van de artistieke standaard. Het tegendeel is waar. Als de monoculturele westerse blik verruimd wordt met perspectieven uit andere culturen op dezelfde, gezamenlijke geschiedenis, ontstaat een nieuw, gelaagder perspectief.

Voor de kunstraad is het diversiteitsbeleid geen dogma, maar een manier om tot innovatie te komen. Elke verandering begint bij het besef dat verandering noodzakelijk is. De kunstraad onderscheidt verschillende categorieën in het totaal van de aanvragers: onbewust onbekwaam, bewust onbekwaam, onbewust bekwaam en bewust bekwaam. Een instelling die onbewust onbekwaam is, moet eerst zelf tot het inzicht komen dat op dit vlak verbetering nodig is. Een instelling in het kwadrant onbewust bekwaam hoeft er niet bij stil te staan, omdat het streven naar inclusie en diversiteit een intrinsieke waarde is die ook zonder specifiek overheidsbeleid aanwezig is.

Aanvragers als het Bijlmer Parktheater, ISH, Likeminds en CBK Zuidoost vallen in deze categorie. Individuele beoordeling op het criterium diversiteit en inclusie zijn te vinden in de adviezen per instelling. De instellingen die nu onderdeel uitmaken van de A-Bis, hebben als grote instellingen verantwoordelijkheid moeten nemen voor de andere spelers in hun discipline. De programma’s voor educatie en talentontwikkeling, die zij al hadden, zijn verder uitgebouwd. Verschillende samenwerkingen hebben tot vernieuwing geleid. Ook zijn er door A-Bis-instellingen die in het centrum gevestigd zijn, dependances opgezet in andere delen van de stad. De kunstraad constateert dat een aantal voorlopers op het gebied van culturele diversiteit in de afgelopen jaren overvraagd is door instellingen die moeite hebben hun programma en publiek te diversifiëren. Kernbegrip is hier wederkerigheid: instellingen die elkaar helpen in hun groei en verandering, elkaars netwerk delen en elkaar verrijken met inzichten en kennis.

Diversiteits- en inclusiebeleid is een doorlopend proces. Behaalde doelstellingen kunnen niet ‘afgevinkt’ worden – een serieus diversiteits- en inclusiebeleid vergt aanhoudende zelfreflectie en inspanning. Met de invoering van het Actieplan Diversiteit en Inclusie als voorwaarde voor het indienen van een kunstenplanaanvraag heeft het college van B en W een belangrijke stap gezet. De kunstraad meent dat de rijkdom die meer culturele diversiteit met zich meebrengt en die ook door een aantal instellingen, zoals het BIMHUIS en het Nederlands Blazers Ensemble, wordt ervaren en getoond, vanzelf een onomkeerbaar proces in gang zal zetten. De functies in de Amsterdam Bis zijn van toegevoegde waarde, omdat ze het palet van de topinstellingen verbreden.

Wel moet ervoor gewaakt worden dat de coronamaatregelen en de economische crisis instellingen niet terugwerpen in de tijd, en dat juist de plannen sneuvelen die de culturele diversiteit moeten bevorderen. De kunstraad zal bij het monitoren van de instellingen in de Amsterdam Bis expliciet aandacht besteden aan de implementatie van de Code Diversiteit en Inclusie. Over vier jaar zullen de aanvragen worden beoordeeld op de resultaten die zijn bereikt bij het uitvoeren van de voornemens die de instellingen zelf hebben vastgelegd in hun Actieplan Diversiteit en Inclusie.

Cultureel vastgoed

Huisvestingslasten vormen een belangrijke component van de lasten van de instellingen in de Amsterdam Bis. Accommodaties maken de programmering mogelijk. Zonder musea en theaters is Amsterdam een doodse stad, zoals we tijdens de coronasluiting hebben gemerkt. In de taakverdeling tussen de bestuurslagen is ooit afgesproken dat het Rijk zorgdraagt voor het aanbod en de gemeente voor de podia. In Amsterdam bevinden zich stedelijke musea en Rijksmusea: aan de laatste categorie betaalt de stad niet mee en het Rijk heeft nooit meebetaald aan de stedelijke en provinciale musea. Met ingang van 2021 is er in de landelijke basisinfrastructuur een bescheiden geldstroom beschikbaar voor deze lokale musea.

De kunstraad adviseert goed te kijken naar het evenwicht tussen aanbod en vraag bij de podia. Er moeten genoeg mogelijkheden zijn voor gezelschappen en orkesten om hun publiek te bereiken. Amsterdam heeft kleine, middelgrote en grote podia die strategisch omgaan met hun programmering. Zij staan voor een bepaald segment, waarmee ze een vast publiek willen bereiken. Uit de aanvragen van een aantal podia blijkt dat ze zelf voorstellingen willen gaan produceren om hun eigen publiek beter te bedienen. De kunstraad begrijpt deze ambitie, maar vindt dat dit niet ten koste mag gaan van de podiumgezelschappen. Er is nu al sprake van ‘programmeringskrapte’, dit betekent dat het voor theater- en dansgezelschappen nu al moeilijk is om series te spelen in Amsterdam. In het verlengde hiervan wijst de kunstraad op het verdwijnen van plekken waar subculturen hun gang kunnen gaan. Een hoofdstad kan niet zonder een tegenstroom, een underground-cultuur. Plekken waar dit kan gebeuren, worden in Amsterdam steeds schaarser. Om verdere teruggang van de creatieve humuslaag te voorkomen, adviseert de kunstraad beleid te ontwikkelen voor het behoud van de vrije ruimte ten behoeve van experimentele kunstvormen.

Het college heeft geld gereserveerd voor ‘twee podia’ die vanaf 2023 in gebruik genomen kunnen worden. De kunstraad is benieuwd naar de plannen en de bespelers die erbij horen. Vooralsnog ziet de kunstraad in de stad als geheel geen tekort aan zalen, wel hebben enkele stadsdelen relatief weinig cultuurpanden. Zo is de situatie op IJburg onder gewenst niveau en ook in Nieuw-West is naast de Meervaart weinig te vinden. De kosten van het vastgoed zijn aanzienlijk en vertonen al jaren een stijgende trend. In Amsterdam zijn grond en vastgoed over de gehele linie duurder geworden en dat raakt ook de cultuursector. Het invoeren van een kostprijsdekkende huur voor gemeentelijke cultuurpanden kan alleen als een eventuele huurverhoging wordt gedekt door een evenredige huursubsidie als onderdeel van de vaste lasten in het kunstenplan. Met andere woorden: de kunstraad is van mening dat huurstijgingen budgetneutraal moeten zijn voor het kunstenplan als geheel en voor individuele instellingen afzonderlijk. Het is belangrijk instellingen hierover aan het begin van de kunstenplanperiode zekerheid te verschaffen.

Toegang tot de huurcontracten is onontbeerlijk om inzicht te krijgen in de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen veelal grote instellingen en de gemeente in de rol van huisbaas. De kunstraad heeft een aantal huurcontracten ingezien en moet constateren dat elk contract anders is, een eigen achtergrond kent en is opgesteld naar aanleiding van afspraken met derden, zoals de gemeente, het Rijk en/of de Belastingdienst. Invoeren van een kostprijsdekkende huur betekent dat al deze afspraken opengebroken moeten worden, met alle gevolgen van dien. In het licht van de coronacrisis denkt de kunstraad eerder aan het verlagen van huurtarieven naar een maatschappelijk aanvaardbare huur die instellingen helpt de crisis te overleven. Ook dit zijn bij voorkeur oplossingen op maat.

 

Onderhoud

Zoals in de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2021-2024 is aangegeven, worden de richtlijnen voor het verplichte onderhoud van cultuurpanden strikter gehanteerd. Schoonmaakkosten, investeringen en/of afschrijvingen mogen niet meer uit het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) worden betaald. Ook vraagt de gemeente een gedegen beschrijving van het gepleegde onderhoud op te nemen, bijvoorbeeld in de vorm van een MJOP dat niet ouder is dan een jaar.

De kunstraad ziet zowel bij de gemeente als bij de instellingen de wens te professionaliseren op het onderdeel vastgoed. Dit is goed, het is verhelderend en het maakt de verhoudingen op het gebied van vastgoed zichtbaar. Toch is er nog een weg te gaan. De kunstraad constateert dat het onderscheid tussen eigenaars- en gebruikersonderhoud lang niet altijd helder is; er is in veel gevallen geen logische en eerlijke verdeling van de kosten gemaakt.

 

Duurzaamheid

Aangezien veel Amsterdamse cultuurpanden (eeuwen)oud zijn, is duurzaamheid een ingewikkeld thema. Het is een enorme opgave om
deze panden energiezuinig te maken, maar er zijn al flinke stappen gezet. In het kader van het project Duurzame Cultuurpanden is tussen 2017 en 2019 voor twintig gemeentelijke cultuurgebouwen een duurzaamheidsscan uitgevoerd op basis waarvan energieadviezen zijn opgesteld. Dit heeft ertoe geleid dat sommige instellingen zijn overgestapt op groene stroom of beschikken over zonnepanelen. De kunstraad vindt dat er op het vlak van duurzaamheid door samenwerking van culturele instellingen in de Plantagebuurt enthousiasmerende successen zijn geboekt.

Voor het eerst hebben de instellingen bij hun aanvraag voor het kunstenplan hun inspanningen op het gebied van duurzaamheid moeten
aangeven. De informatie die hierover in de aanvragen wordt gedeeld, loopt enorm uiteen. Van gedetailleerde meerjarenonderhoudsplannen waarin precies staat aangegeven welke maatregelen genomen (gaan) worden tot een enkele zin over herbruikbare rietjes en vegetarisch eten voor het personeel. Bovendien wordt er eigenlijk nooit uitgetekend hoeveel de maatregelen (gaan) opleveren. Voor het volgende kunstenplan zou aan de instellingen gevraagd kunnen worden een getalsmatige onderbouwing te leveren. Bijvoorbeeld door te rapporteren over de energierekening en de kostenreductie door genomen maatregelen.

Fair Practice

De bezuinigingen van kabinet-Rutte I hebben de Amsterdamse cultuursector hard geraakt en zijn niet gerepareerd op landelijk of stedelijk niveau. Uit onderzoek is gebleken dat het culturele aanbod evenwel op peil is gebleven. Culturele producties zijn met minder geld tot standgekomen, wat mogelijk was door de rekening voornamelijk bij de makers en podiumkunstenaars te leggen. Zij verwerven hun opdrachten in concurrentie met elkaar en hebben daardoor een slechte uitgangspositie in de onderhandeling met de opdrachtgever over de vergoeding.

De kunstraad heeft bijgedragen aan de landelijke dialoog over fair practice en vindt dit een belangrijk uitgangspunt. In de hoofdlijnen heeft dit onderwerp een prominente plek gekregen en als onderdeel van de subsidieaanvraag moesten de instellingen aangeven op welke wijze ze de Fair Practice Code toepassen. Instellingen hebben hierop een toelichting gegeven, die voornamelijk gericht bleek op het hanteren of invoeren van passende financiële vergoedingen. Dat is positief, maar hiermee lijkt in veel gevallen de code synoniem te staan voor fair pay. De kunstraad benadrukt dat de Fair Practice Code meer omvat dan dat. Verheugd was de kunstraad dan ook over de plannen die een of meerdere van de vijf waardes (solidariteit, diversiteit, vertrouwen, duurzaamheid en transparantie) toelichten of omzetten in concrete acties. Daarbij valt te denken aan het creëren van een (fysieke) veilige werkomgeving, het aanstellen van een vertrouwenspersoon, het in dienst nemen van een vaste groep freelancemedewerkers, het opkomen voor collectieve belangen van de sector, aandacht voor scholing of het delen van expertise en middelen met andere instellingen of individuen in de kunsten. De kunstraad prijst die zorg voor elkaar. Uit de aanvragen blijkt dat sommige disciplines verder zijn in het realiseren van fair pay dan andere. Ook is er een verschil in mogelijkheden. Grote instellingen beschikken over meer mogelijkheden hun medewerkers en freelancers goed te betalen dan kleine instellingen en nieuwkomers.

Jonge musici moeten aan het begin van hun carrière een plek veroveren en zijn bereid, zowel in de popmuziek als in de klassieke muziek, voor weinig of geen geld op te treden. De kunstraad vindt het de verantwoordelijkheid van de gesubsidieerde podia geen misbruik te maken van die situatie. Paradiso en de Melkweg geven aan, de richtlijnen van Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) te volgen. Deze vereniging werkt aan een honorariumrichtlijn, omdat er tot nu toe voor de popmuziek niets geregeld is.

De muziekensembles hebben zich ingespannen om eerst een honoreringsregeling op te stellen en vervolgens een cao, die vanaf 2021 operationeel moet worden. Zij lopen hierin achter op theater en dans, die al jaren over een cao beschikken. Bij de opera, orkesten en ensembles verdient de honorering van de remplaçanten en koorzangers meer aandacht. De kunstraad adviseert meer transparantie van de instellingen te eisen over de tarieven die zij betalen aan freelancers.

In de visuele kunsten laat de omgang met kunstenaars en andere zelfstandigen een vergelijkbaar beeld zien. Veel instellingen becijferen in hun aanvraag dat ze extra geld nodig hebben voor het toepassen van fair practice. De kunstraad kan hier slechts bij hoge uitzondering in meegaan. Fair practice is een kwestie van prioriteiten in de organisatie. Soms zal de directie de keuze moeten maken om te snijden in de programmering om de freelancers meer te betalen.

 

Amsterdam Bis 2021-2024

Met ingang van 1 januari 2021 wordt de huidige A-Bis van 20 instellingen op naam een Amsterdam Bis van 35 instellingen, waarvan 21 op naam en 14 op functie. Hierdoor verandert het karakter van de Amsterdamse basisinfrastructuur. Amsterdam kiest met de nieuwe indeling voor een strategische Amsterdam Bis die in het verlengde ligt van de beleidsdoelstellingen van de wethouder, als opvolger van een gevestigde A-Bis, samengesteld op grond van omvang en status. De kunstraad heeft in het advies van 5 juli 2019 over de Amsterdamse basisinfrastructuur 2021-2024 een ideale A-Bis omschreven: ‘Voor de kunstraad is het belangrijk dat de A-Bis de veelkleurigheid, de dynamiek en het kosmopolitische karakter van Amsterdam representeert. De A-Bis moet flexibel, dynamisch én institutioneel zijn. Als culturele infrastructuur moet de nieuwe A-Bis een fundament zijn waar initiatieven op aan kunnen haken. De nieuwe A-Bis is als een web uitgespannen over de hele stad, waarin de belangrijkste beleidsdoelstellingen zijn geborgd.’

In dit verband hecht de kunstraad eraan, duidelijk te maken dat afwijzing voor een functieplek niet betekent dat de aanvraag niet goed is. Er zijn door de gemeente slechts enkele plekken opengesteld, zodat een keuze maken onvermijdelijk was. De functieomschrijvingen in de hoofdlijnen waren dermate specifiek dat veel instellingen niet in staat werden gesteld een aanvraag voor de Amsterdam Bis in te dienen. Zo konden podia en middelgrote musea niet aanvragen bij de gemeente en vielen tal van andere instellingen buiten de boot doordat hun kernactiviteit niet aansloot op de functieomschrijving. De kunstraad is verheugd over de verbreding van de basisinfrastructuur van 20 naar 35 plekken, maar ziet liever een omvang van 50 tot 60 instellingen die hun subsidie van de gemeente ontvangen en een kleiner aantal bij het AFK, omdat dat deel van het kunstenplan op afstand is geplaatst van de gemeenteraad.

Naast het toevoegen van culturele diversiteit, zijn het behoud van de intrinsieke artistieke kwaliteiten en de geografische spreiding van gesubsidieerde kunst en cultuur over de hele stad van belang. Deze visie ligt ten grondslag aan de interpretatie die de kunstraad heeft gegeven aan de negen toegevoegde functies. De commissies hebben alle aanvragen in hun discipline beoordeeld op basis van de vier criteria in de hoofdlijnen. Pas daarna is de vraag op tafel gekomen, welke instellingen door de commissies aan het bestuur werden voorgedragen voor een functieplek.

Amsterdam Bis op naam

 

In de Amsterdam Bis 2021-2024 zijn op naam aangewezen: Amsterdam Museum, Bijlmer Parktheater, BIMHUIS, De Balie, Eye Filmmuseum, Foam, Frascati, Het Concertgebouw, Het Nationale Ballet (NO&B), Holland Festival, IDFA, Internationaal Theater Amsterdam, Koninklijk Concertgebouworkest, de Meervaart, Melkweg, Muziekgebouw aan ’t IJ, Paradiso, Podium Mozaïek, Stedelijk Museum Amsterdam, Tolhuistuin, de Toneelmakerij.

 

Tolhuistuin

Tolhuistuin heeft een bijzondere positie in de Amsterdam Bis gekregen met een speciale opdracht van het college. De kunstraad heeft de aanvraag van Tolhuistuin zorgvuldig gewogen en is tot de conclusie gekomen dat er onvoldoende aanknopingspunten inzitten voor een positief advies. De opdracht die de gemeente aan Tolhuistuin heeft verstrekt is in de ogen van de kunstraad te breed geweest. De instelling, die zich na een aantal moeilijke jaren opnieuw moest uitvinden, krijgt een grote verantwoordelijkheid voor de programmering van de kleinere zalen in het complex, voor het programmeren en produceren van aanbod in de tuin achter het complex en voor het opzetten van een programmering gericht op de wijken in Amsterdam-Noord. De kunstraad adviseert de opdracht te verkleinen en toe te spitsen op de wijkprogramma’s in Amsterdam-Noord.
Het selecteren van huurders en het doorlopende programma in de tuin en de kleine zalen kan doorgang vinden, maar eigen producties maken op die plek zou niet tot de taken van Tolhuistuin moeten behoren. De Tolhuistuin krijgt tot 15 september 2020 de tijd om een nieuwe aanvraag in te dienen op basis van de bijgestelde opdracht. Voor dit plan is een maximum subsidiebedrag gereserveerd. Afhankelijk van de kwaliteit van de nieuwe aanvraag zal de kunstraad een subsidiebedrag adviseren.

Amsterdam Bis op functie

In de Amsterdam Bis zijn negen functies opgenomen waarvoor in totaal veertien instellingen door de kunstraad geselecteerd zijn.

 

Functie 1

Theatergezelschap of theaterproductiemaatschappij dat/die vanuit een duidelijke missie gericht op de inclusieve stad nieuwe/onvertelde verhalen van jonge en/of nieuwe makers centraal stelt, interdisciplinair werkt, een sterke verbinding met de stad heeft en een breed en divers publiek trekt onder meer in grote zalen.

 

In deze functie zijn twee plekken beschikbaar.
→ Aangevraagd op deze functie: George & Eran Producties, Likeminds, Orkater, PodiumPartners, RIGHTABOUTNOW INC., ROSE stories, Silbersee, Urban Myth.
→ De kunstraad adviseert de plekken toe te kennen aan Likeminds en ROSE stories.

 

toelichting keuze functie 1

De kunstraad heeft meer goede aanvragen voor functie 1 ontvangen dan er plekken te verdelen zijn. Leidend is geweest de mate waarin de aangewezen instellingen in staat zijn de discipline theater in de Amsterdam Bis aan te vullen en te vernieuwen. Status, ervaring en reputatie zijn voor de kunstraad bij deze toekenning van secundair belang geweest. Zoals de kunstraad in juli 2019 al aangaf: er is geen kwaliteitsverschil tussen instellingen in de Amsterdam Bis en grote en middelgrote instellingen bij het AFK. Instellingen die nu subsidie ontvangen van het AFK en op eigen kracht uitstekend functioneren, hebben een plek in de Amsterdam Bis niet nodig om te floreren. De kunstraad onderstreept met zijn keuze voor de invulling van functie 1 dat de discipline theater op dit moment meer gebaat is met instellingen die vanuit hun missie al divers zijn en publiek in de hele stad bedienen.

 

Functie 2

Dansgezelschap met productiehuisfunctie dat hedendaags repertoire en nieuwe dansvormen centraal stelt, een sterke verbinding met de stad heeft en een breed en divers publiek trekt onder meer op grote podia. In deze functie is één plek beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: ICK Amsterdam, LeineRoebana, Nicole Beutler Projects.

→De kunstraad adviseert deze plek toe te kennen aan ICK Amsterdam.

 

toelichting keuze functie 2

De kunstraad vindt versterking van het dansveld een prioriteit. Bij de selectie is de productiehuisfunctie zwaar gewogen. Na het mislukken van het Danshuis is er geen goed functionerende plek in de stad voor jon-ge choreografen en makers. De kunstraad heeft gekozen voor de aanvraag waarin de meeste ervaring aanwezig is op het vlak van talentontwikkeling en waarin de meeste potentie zit om tot een versterking van de dansketen in Amsterdam te komen. De kunstraad doet in dezen dus geen uitspraak over welk van deze instellingen beschikt over de meeste artistieke kwaliteiten. De keuze is gebaseerd op een inschatting wie van de drie het beste in staat is de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor talentontwikkeling in de dans in Amsterdam.

 

Functie 3

Dansgezelschap dat vanuit een duidelijke missie gericht op de inclusieve stad nieuwe dansvormen en jonge en/of nieuwe makers centraal stelt, een sterke verbinding met de stad heeft en een breed en divers pu-bliek trekt onder meer op grote podia. In deze functie is één plek beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: ISH.

→De kunstraad adviseert deze plek toe te kennen aan ISH.

 

Functie 4

Presentatie-instelling voor hedendaagse beeldende kunst die vanuit een duidelijke missie gericht op de inclusieve stad nieuw werk van jonge en/of nieuwe makers centraal stelt, interdisciplinair werkt, een sterke verbinding met de stad heeft en een breed en divers publiek trekt. In deze functie zijn twee plekken beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: de Appel, CBK Zuidoost, Framer Framed, W139.

→De kunstraad adviseert de plekken toe te kennen aan de Appel en CBK Zuidoost.

 

toelichting functie 4

De kunstraad vond de vier aanvragen voor de presentatie-instelling, elk op grond van hun eigen merites en positiebepaling, sterk, en is van mening dat het middenveld van de beeldende kunst versterkt moet worden. Het liefst had de kunstraad meer aanvragers in de Amsterdam Bis geplaatst. In de afweging heeft de kunstraad gekozen voor een instelling met een lange, voorbeeld stellende en actuele geschiedenis van inclusiviteit. Daarnaast viel de keuze op een instelling die recent een veelbelovende transformatie heeft ondergaan en lokale netwerken in Nieuw-West weet te verbinden met internationale, rijkgeschakeerde netwerken. Voor de kunstraad woog zwaar dat het criterium diversiteit en inclusie ook inhoudt het openstaan voor de diversiteit van kunstopvattingen en kunstpraktijken. Met de keuze voor CBK Zuidoost en de Appel zijn twee delen van dat spectrum in de Amsterdam Bis vertegenwoordigd.

 

Functie 5

Instelling voor woordkunst en letteren die vanuit een duidelijke missie gericht op de inclusieve stad programma’s ontwikkelt, een sterke verbinding met de stad heeft en een breed en divers publiek trekt. In deze functie is één plek beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: SLAA.

→De kunstraad adviseert deze plek toe te kennen aan SLAA.

 

Functie 6

Multidisciplinair productiehuis voor talentontwikkeling en cultuureducatie voor kinderen en jongeren, gericht op bestaande kunstvormen en op het ontdekken van nieuwe kunstvormen door jonge makers. In deze functie is één plek beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: Nowhere, de Vrolijkheid.

→De kunstraad adviseert deze plek toe te kennen aan Nowhere.

 

toelichting functie 6

De aanvragers verschilden sterk in velerlei opzicht. De kunstraad acht deze plek het meest geschikt voor de aanvrager die zich meer met talentontwikkeling bezig houdt en multidisciplinair werkt, omdat dit een vereiste is in deze functie.

 

Functie 7

Presentatie- en ontwikkelinstelling die opereert op het kruispunt van kunst, wetenschap en technologie en zich richt op de culturele impact van nieuwe technologieën. In deze functie is één plek beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: NEMO Science Museum, Next Nature Network, Waag.

→De kunstraad adviseert deze plek toe te kennen aan Waag.

 

toelichting functie 7

De kunstraad heeft grote waardering voor de drie instellingen die in aanmerking voor de Amsterdam Bis-functie wilden komen. Zij zijn belangrijke spelers in het veld en hebben daar hun eigen rol. Hun aanvragen liepen in inhoudelijk opzicht sterk uiteen en in de uiteindelijke afweging voor de functie spitste de discussie zich daar op toe. Het getoonde analytisch inzicht, de kritische reflectie op wat technologie is, haar culturele maakbaarheid en hoe die samen kunnen komen op het kruispunt van digitale cultuur, beeldende kunst en wetenschap waren – binnen de weging van de criteria – bepalend voor de uiteindelijke voordracht van de kunstraad.

 

Functie 8

Podium en platform voor debat en programma’s over kunst, cultuur, politiek en ontwikkelingen in de stad. In deze functie is één plek beschikbaar.

 

→Aangevraagd op deze functie: Imagine IC, Pakhuis de Zwijger.

→De kunstraad adviseert deze plek toe te kennen aan Pakhuis de Zwijger.

 

toelichting functie 8

De twee aanvragen waren moeilijk te vergelijken omdat het twee instellingen betrof die elk bijzonder goed presteren en een belangrijke rol vervullen in de stad. De kunstraad heeft zich bij de keuze laten leiden door de inhoud van de functie en het generalistische aspect dat wordt beoogd met programma’s over kunst, cultuur, politiek en ontwikkelingen in de stad.

 

Functie 9

Muziekgezelschap (ensemble) dat op zowel nationale als internationale podia optreedt, aandacht heeft voor verbinding met andere genres en voor talentontwikkeling. In deze functie zijn vier plekken beschikbaar, te weten voor een blazersensemble, een strijkersensemble, een ensemble voor hedendaagse muziek en een koor.

 

→Aangevraagd op deze functie: Nederlands Blazers Ensemble, Amsterdam Sinfonietta, Asko|Schönberg, Cappella Amsterdam.

→De kunstraad adviseert deze plekken toe te kennen aan het Nederlands Blazers Ensemble, Amsterdam Sinfonietta, Asko|Schönberg en Cappella Amsterdam.

 

beoordeling aanvragen voor functies 3, 5, en 9

Het ontbreken van concurrenten op de functies 3, 5, en 9 betekent niet dat er geen weging heeft plaatsgevonden. De kunstraad heeft deze aanvragen niet alleen beoordeeld aan de hand van de vier criteria uit de hoofdlijnen, maar ook gekeken of de aanvragers passen bij de functies en voldoende capabel zijn om een plek in de Amsterdam Bis te vervullen.

Financiën

Uit de aanvragen, die natuurlijk voor de coronacrisis zijn ingediend, blijkt een enorme groeipotentie. Er zijn veel goede ideeën en ze zijn bijna allemaal realistisch begroot. Om deze plannen door te kunnen laten gaan, zou een extra budget nodig zijn van 10 miljoen euro. In de hoofdlijnen staat beschreven dat het college van B en W voor de Amsterdam Bis een bedrag van 8,1 miljoen euro toegevoegd heeft aan de huidige A-Bis. Dit zijn voornamelijk verschuivingen op de gemeentelijke begroting en van het AFK naar de gemeente om de uitbreiding van de Amsterdam Bis met functies te bekostigen. Van de extra middelen die de coalitie voor het kunsten-plan beschikbaar heeft gesteld, te weten 5 miljoen euro, is 1,4 miljoen euro gereserveerd voor de Amsterdam Bis. Tegelijkertijd heeft het college van B en W besloten de subsidiebedragen niet meer te indexeren, een bezuinigingsmaatregel die hard aankomt in de sector, omdat de kosten voor vastgoed en salarissen wel meestijgen met de markt en de cao.

In 2020 heeft het college de bestaande subsidiebedragen eenmalig, dus alleen voor het jaar 2020, partieel geïndexeerd met 0,9%. De hoofdlijnen gaan bij de berekening van de huidige bedragen uit van het bedrag dat de instellingen in 2019 ontvingen, dus exclusief 0,9% verhoging. Aangezien de kunstraad de subsidiebedragen van 2020 als uitgangspunt moet nemen, omdat dit de bedragen zijn die de instellingen dit jaar ontvangen, en de hoofdlijnen uitgaan van het ‘huidig’ niveau van 2019, is er reeds € 874.533 van de extra 1,4 miljoen euro uitgegeven. Het budget dat aan de Amsterdam Bis toegevoegd is voor de functies, afgerond 3,7 miljoen euro, is een schatting geweest gebaseerd op het gemiddelde van de huidige subsidiebedragen (2019) van de instellingen die in aanmerking zouden komen voor de functieplekken. Uiteraard was het beschikbare bedrag afhankelijk van de keuzes die de kunstraad zou maken ten aanzien van de invulling van de functies. Ten gevolge van die keuzes van de kunstraad, bleek dat het bedrag van 3,7 miljoen euro niet eens genoeg was om alle instellingen hun huidige subsidiebedrag (2020) te kunnen geven, laat staan om deze instellingen te kunnen laten groeien. Er is al met al minder dan een half miljoen euro extra te besteden voor de Amsterdam Bis op het budget van ruim 73 miljoen euro. Er is kortom sprake van een minimale verhoging van het budget voor de Amsterdam Bis, terwijl de instellingen, zoals blijkt uit hun aanvragen, aannamen dat er substantieel meer geld beschikbaar zou komen.

 

Motivatie financiële verdeling

De kunstraad voelt zich onder de huidige omstandigheden gedwongen bezuinigingen door te voeren op enkele instellingen om een klein aantal andere te kunnen belonen voor excellente plannen en geleverde prestaties. Het alternatief zou zijn alle instellingen op het huidige bedrag te laten, zodat het schrijven en het wegen van de plannen voor niets zou zijn gedaan. De kunstraad realiseert zich dat de instellingen uitsluitend het beeld van een stijgend kunstenplanbudget voor ogen hebben gehad, en niet zoals acht jaar geleden ten tijde van de Zijlstra-bezuinigingen, rekening hebben gehouden met een korting op hun subsidie. De kunstraad wil dan ook met klem benadrukken dat de bezuinigingen die de kunstraad voorstelt, niet het gevolg zijn van slecht presteren. De instellingen in de toekomstige Amsterdam Bis verdienen die plek en beschikken zonder uitzondering over visie en vakmanschap.

De kunstraad heeft niet vooraf een budget bepaald per discipline. Na de beoordeling van de aanvragen door de commissies heeft het bestuur van de kunstraad een integrale afweging gemaakt ten aanzien van de verdeling van het beschikbare budget van 73,5 miljoen euro voor de Amsterdam Bis.

Prioriteiten

Traditioneel zijn de podiumkunsten sterk vertegenwoordigd in het kunstenplan. De disciplines muziek, dans en theater ontvangen veel meer geld dan de disciplines letteren, film en de beeldende kunsten. Bij deze historisch gegroeide verhouding is wat de kunstraad betreft graduele bijstelling op zijn plaats. Fotografie bijvoorbeeld is een discipline die door de beschikbaarheid van smartphones tegenwoordig door veel mensen beoefend wordt. Dit geldt ook voor genres als spoken word, urban dance en populaire muziek. De hoge participatiegraad van deze genres vraagt om instellingen die een artistieke verdieping kunnen bieden aan gebruikers en makers die daar behoefte aan hebben. Daarom adviseert de kunstraad om een klein percentage te bezuinigen op de grootste podiumkunstinstellingen in de Amsterdam Bis om de beeldende kunsten, letteren en film te ontzien.

De instellingen die opereren in de klassieke muziek en het klassieke ballet en die samen het erfgoed van de podiumkunsten vormen, spannen zich in om een breder en diverser publiek te trekken. Daar heeft de kunstraad waardering voor. Tegelijkertijd constateert de kunstraad dat zij al jaren grote moeite hebben om op dit vlak resultaten te boeken.

Aangezien hier de beleidsprioriteiten van het college van B en W liggen voor de periode 2021-2024, heeft de kunstraad dit bij de advisering over de verdeling van het budget meegewogen.

 

Prioriteiten per discipline 

 

Beeldende Kunsten en Digitale Cultuur

De drie instellingen in deze discipline die op advies van de kunstraad in aanmerking komen voor de Amsterdam Bis hebben een verschillende achtergrond. CBK Zuidoost is een relatief ‘dure’ instelling, omdat de instelling tot voor kort onderdeel uitmaakte van de ambtelijke organisatie van stadsdeel Zuidoost. De opdracht aan CBK Zuidoost is om geleidelijk aan leaner and meaner te worden, zodat het kostenverschil met de andere middeninstellingen in de beeldende kunst verdwijnt. De Appel heeft zich in Nieuw-West op goede wijze herpakt. De kunstraad hecht aan het voortbestaan van de wereldvermaarde curatorenopleiding van de Appel. Voor beide instellingen geldt dat zij hun activiteiten ontplooien in stadsdelen waar de kunstraad in wil investeren, omdat daar nog te weinig cultureel aanbod is. Waag is een excellente instelling op het kruispunt van wetenschap, kunst en technologie. De instelling vervult ook een belangrijke rol als adviseur van de gemeente bij vragen over (on)gewenste technologische mogelijkheden.

 

Dans

Nationale Opera en Ballet (NO&B) ontvangt subsidie van het Rijk en van Amsterdam. De stad betaalt alleen mee aan Het Nationale Ballet en aan het gebouw; de kunstraad beoordeelt daarom niet de activiteiten van de Nationale Opera. NO&B heeft echter opnieuw een gecombineerd plan ingediend, wat de transparantie niet ten goede komt. In het plan zit wat de kunstraad betreft onvoldoende zelfreflectie en de plannen zijn niet goed uitgewerkt. Mede daarom adviseert de kunstraad een bezuiniging. Op de functie kiest de kunstraad voor ICK Amsterdam, dat een samenwerking is aangegaan met Dansmakers Amsterdam. De kunstraad adviseert te bezuinigen op ICK. De afwezigheid van de artistiek leiders in Amsterdam, van-wege de werkzaamheden in Marseille, heeft zijn weerslag gehad op het werk van het gezelschap. ISH behoort tot de nieuwe genres en kan wat de kunstraad betreft doorgroeien.

 

Film en Media

IDFA heeft een uitstekend plan ingediend en wordt in dit advies beloond voor de prestaties in de afgelopen jaren. Eye Filmmuseum krijgt alleen subsidie van de stad Amsterdam voor activiteiten gericht op Amsterdam-Noord en educatie. Omdat het een landelijke instelling betreft, is Eye voor de subsidie vrijwel volledig aangewezen op het Rijk.

 

Letteren en Debat

Deze discipline is traditioneel onderbedeeld in vergelijking tot de andere disciplines. Het college van B en W heeft een functie in de Amsterdam Bis gecreëerd om de letteren een platform te bieden. De kunstraad adviseert deze functie toe te kennen aan SLAA, die in financieel opzicht een bescheiden plan heeft ingediend. De instelling trekt de wijken in en brengt jongeren via spoken word, rap en fan-fiction op het spoor van de literaire beleving. De kunstraad adviseert het gevraagde bedrag toe te kennen. Voor de functie debat kiest de kunstraad voor Pakhuis de Zwijger. Deze instelling is niet in het huidige kunstenplan opgenomen en kan niet geijkt worden aan een bestaand subsidiebedrag.

 

Musea

De drie musea in de Amsterdam Bis – Stedelijk Museum Amsterdam, Amsterdam Museum en Foam – opereren alle drie op het snijvlak van erfgoed en hedendaagse kunst. Zij spelen in op de actualiteit en verhouden zich op steeds directere manier tot de inwoners van de stad. De kunstraad adviseert bij alle drie een bescheiden verhoging. Het Amsterdam Museum staat voor een grootscheepse verbouwing en moet daar ook fondsen voor werven. In het Stedelijk is onlangs een nieuwe directie aangetreden, waar de kunstraad vertrouwen in heeft. Percentueel gaan deze twee grote musea er haast niet op vooruit, de verhoging is symbolisch. Foam is excellent in marketing en fondsenwerving en zou graag de balans tussen publiek en privaat geld op de eigen begroting veranderen.

 

Muziek en Muziektheater

Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft met de opening van het RCO-house een nieuwe mijlpaal bereikt. Deze plek is privaat gefinancierd en een aanwinst voor de stad. Het orkest heeft een internationale benchmark laten opstellen met betrekking tot de salariëring van de musici, die duidelijk laat zien dat het wereldvermaarde orkest meer geld nodig heeft voor de honorering van zijn musici.

Ook de muziekensembles, die nieuw zijn in de Amsterdam Bis, weten met weinig geld (internationale) topprestaties te boeken. De kunstraad vindt dat het Nederlands Blazers Ensemble erbovenuit stijgt door het gevarieerde en cultureel meerstemmige repertoire en adviseert deze instelling het gevraagde bedrag toe te kennen. Dit geldt eveneens voor het BIMHUIS, waar vier jaar geleden 200.000 euro op is bezuinigd. De kunstraad spreekt hiermee ook waarde-ring uit voor wat het huidige team van het BIMHUIS in korte tijd heeft bereikt.

Het Muziekgebouw aan ’t IJ heeft een ambitieus plan ingediend voor het opzetten van een productiehuis. De kunstraad ziet binnen de financiële mogelijkheden geen kans hier geld voor vrij te maken. Het Concertgebouw heeft voornamelijk geld aangevraagd voor onderhoud van het gebouw. De kunstraad is van mening dat er al te veel vastgoedlasten zitten in het kunstenplan, terwijl dit in de eerste plaats is bedoeld voor exploitatie. Ook vraagt het Concertgebouw extra geld om een cultureel divers publiek te trekken, wat volgens de kunstraad onderdeel is van de kerntaak.

 

Podia

De podia buiten het centrum zijn vier jaar geleden in de A-Bis geplaatst en daarmee een gelijkwaardiger partner geworden voor de overige A-Bis instellingen. De kunstraad adviseert een bescheiden groei voor het Bijlmer Parktheater en Podium Mozaïek. De laatste had bijna een miljoen euro extra gevraagd om een productiehuis op te zetten. Zulke aspiraties kunnen veel betekenen voor de stad, maar zijn binnen de huidige financiële kaders niet te realiseren. Theater de Meervaart heeft vier jaar geleden op advies van de kunstraad zeven ton extra gekregen. De kunstraad adviseert dat bedrag te handhaven. De kunstraad continueert zijn vertrouwen in het Holland Festival ondanks een wisseling van de wacht aan de top van die instelling. Nowhere is een nieuwkomer in de Amsterdam Bis. De kunstraad is blij dat dit initiatief, gericht op de ontwikkeling van jongeren in meerdere disciplines, nu onderdeel uitmaakt van de culturele basisinfrastructuur.

 

Theater

De discipline theater is net als de discipline muziek relatief goed bedeeld met subsidie, zoals hierboven reeds uiteengezet. Frascati is een uitstekend productiehuis dat zich in de afgelopen jaren door de samenwerking met maatschappelijke partners goed heeft ontwikkeld. In het plan wil Frascati (meer) dependances openen in de stad. De kunstraad ziet dat als een waardevolle verbreding van de activiteiten en is van mening dat Frascati meer sponsorgeld kan halen uit de maatschappelijke samenwerkingen die de instelling aangaat. ITA is na de fusie tussen Stadsschouwburg Amsterdam en Toneelgroep Amsterdam in korte tijd een sterk huis voor internationaal theater geworden. De kunstraad is blij met de samenwerking met de Meervaart en het Amsterdamse Bostheater, zodat ook Amsterdammers die de weg naar ITA niet weten te vinden in aanraking kunnen komen met werk van dit topensemble. De kunstraad legt ITA een percentueel kleine bezuiniging op die de activiteiten niet hoeft te raken omdat er een efficiencywinst is van de fusie.

Tussentijdse evaluaties

De kunstraad adviseert ICK Amsterdam en Tolhuistuin tussentijds (na twee jaar) te evalueren.

 

2.2 – 200613 – DP Kunstraad – Amsterdam Map – Nieuw
De geadviseerde Amsterdam Bis is beter gespreid over de stad.

Adviezen Beeldende Kunsten en Digitale Cultuur

Adviezen Dans

 

Advies discipline Dans (pdf).

 

 

Op naam

 

Functie 2

 

Functie 3

Adviezen Letteren en Debat

 

Advies discipline Letteren en Debat (pdf).

 

 

Op naam

 

Functie 8

 

Functie 5

Adviezen Film en Media

 

Advies discipline Film en Media (pdf).

 

 

Op naam

Adviezen Musea, Erfgoed en Monumenten

 

Advies discipline Musea, Erfgoed en Monumenten (pdf).

 

 

Op naam

 

Adviezen Podia