Advies

Culturele Investeringsrekening Amsterdam

Met dit advies levert de kunstraad input voor de verkiezingscampagnes in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018. De Culturele Investeringsrekening kan door de onderhandelaars over een nieuw coalitieakkoord gebruikt worden om het cultuurbeleid van de stad vorm te geven in de jaren 2018-2022. Kern van het advies is een pleidooi voor groei. Meer kunstonderwijs, meer geld voor individuele kunstenaars, musici en acteurs en een betere spreiding van culturele voorzieningen over de hele stad.

 

Metropool Amsterdam

Amsterdam maakt een schaalsprong door. Zowel de stad als het land moeten erkennen dat Amsterdam een nieuwe status heeft bereikt: Amsterdam, samen met de direct aan Amsterdam grenzende gemeenten (Groot Amsterdam), is niet meer één van de vier grote steden, maar is een metropool geworden.

 

De inwoners van Amsterdam zijn niet altijd blij met de groei van de stad. Dit komt omdat velen nu vooral de nadelen van het groeiend aantal bezoekers ervaren. Deze inwoners vragen zich af hoe de groei geremd kan worden. Maar, de groei is een feit en onomkeerbaar. Het is van groot belang het negatieve sentiment om te buigen naar betrokkenheid bij de groeiende stad. Dit kan alleen als de baten van de opleving worden ingezet voor een kwaliteitsverbetering. Belangrijk is daarom de vraag: hoe kan iedereen profiteren van de groei; wat levert groei de bevolking op?

 

metropool met meerdere culturele centra

De stad heeft ‘the next level’ bereikt. Dat vraagt op gemeentelijk en op landelijk niveau een andere manier van acteren. De sprong is al gemaakt, maar het beleid verhoudt zich nog niet tot wat Amsterdam is: een cultureel centrum van wereldklasse. Spreiding en verbinding zijn in een metropool sleutelwoorden. Kunst en cultuur zijn hierbij van essentieel belang. Een metropool met meerdere culturele centra is noodzakelijk om door middel van spreiding de drukte in de binnenstad te verminderen.

20171101-Advies-Culturele-Investeringsrekening
Stedelijke ontwikkeling naar een polycentrische stad. Illustraties: KochXBos.

De Britse architect Cedric Price (1934-2003) stelt in 1982 de stad voor als een ei: steden werden vroeger gekenmerkt door een duidelijk gedefinieerde kern met een afgebakende omtrek zoals een stadsmuur. Onder invloed van nieuwe technologieën en industrialisatie, breidden steden zich naar buiten toe uit. Vanaf de zeventiende tot de negentiende eeuw nemen ze dan een onregelmatiger karakter aan. De hedendaagse stad kent tot slot meerdere kernen. De stad ontwikkelt zich dus van hardgekookt ei, naar een spiegelei om uiteindelijk een roerei te worden.(1)

 

Een stad met meerdere kernen wordt een polycentrische stad genoemd. Steden als Berlijn of Londen zijn bijvoorbeeld polycentrisch, omdat ze meerdere centra kennen, waarin economische activiteiten, werkgelegenheid, maar ook kunst en cultuur samen komen. Meer dan de helft van de
wereldbevolking woont in stedelijke gebieden en dat neemt toe. Het is een internationale trend dat grote steden steeds meer een structuur met meerdere centra aannemen.(2)

 

_________________________

 geoarchitecture.wordpress.com/2015/08/24/the-urban-hyperobject/.

journals.library.tudelft.nl/index.php/faculty-architecture/article/view/masiptresserra.

De economische bloei die Amsterdam meemaakt vraagt om meer culturele voorzieningen aan de randen van stad en een nieuwe blik op de bestaande infrastructuur. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de meer dan 150 instellingen in het Amsterdamse Kunstenplan. Met de expertise en (internationale) contacten van deze instellingen kan er een hoogwaardige culturele infrastructuur ontstaan die bezoekers spreidt en (divers!) publiek trekt uit alle delen van de stad alsook de omliggende gemeentes beter bedient. De kunstraad is van mening dat de metropool Amsterdam als culturele hoofdstad van Nederland zijn zelfbeeld moet herzien, grootser moet denken; Amsterdam heeft alle kaarten in handen om boven zichzelf uit te stijgen.

 

De kunstraad benadrukt dat de metropool Amsterdam niet hetzelfde is als de Metropool Regio Amsterdam (MRA). In het samenwerkingsverband MRA werken twee provincies, 33 gemeenten en een vervoerregio samen om de economie aan te jagen, woningen te bouwen en de bereikbaarheid te verbeteren. Dat is een goede ontwikkeling. Voor het formuleren van een cultuurbeleid is dit echter niet de gewenste schaal. De stad is verantwoordelijk voor een breed aanbod in en aan de randen van de gemeentegrens. Amsterdam moet waken voor het ontstaan van een bestuurskundige structuur die geen rekening houdt met de dynamiek van kunst- en cultuurinitiatieven. De Amsterdamse cultuursector is van onderop tot stand gekomen viaparticulieren met een artistiek initiatief dat na enkele jaren subsidiewaardig was. Het is een organisch proces waarbij het initiatief bij artistiek ondernemers, kunstenaars en makers zelf moet blijven liggen.

 

meer eigen grondslag voor financiering

De financiering van de culturele sector is achterop geraakt door de financiële crisis en landelijke bezuinigingen. Hierdoor is de omvang van het cultuurbudget in Amsterdam feitelijk te klein geworden voor de huidige vraag, helemaal in het perspectief van de metropool die is ontstaan. Op rijksniveau wordt nagedacht over een stelselwijziging in het culturele bestel. De kunstraad is verheugd te lezen in het Regeerakkoord 2017-2021 dat het Rijk de komende jaren zal investeren in kunst en cultuur. Het Rijk neemt verantwoordelijkheid voor de hoofdstad en de topinstellingen die daar huizen. In het regeerakkoord staat: ‘We breiden de basisinfrastructuur uit en zorgen voor continuïteit, zodat onze topinstellingen hun positie in binnen- en buitenland kunnen vasthouden.’ Dat is mooi voor Amsterdam. Tezelfdertijd brengt een vooraanstaande positie verantwoordelijkheden met zich mee: noblesse oblige. Amsterdam moet meer eigen grondslag voor financiering hebben en zijn positie als metropool ook op cultureel niveau bestendigen door net als het Rijk extra te investeren in de sector.(3)

 

 

_________________________

In het budgettair overzicht van het regeerakkoord worden extra investeringen voor cultuur aangekondigd: €25 miljoen in 2018, €50 miljoen in 2019 oplopend naar €80 miljoen in 2020 en in 2021, Regeerakkoord 2017-2021, p. 58.

Arbeidsmarktpositie

Aan de bloei van de stad leveren de kunsten een aanzienlijke bijdrage, zij zijn van grote waarde. De kunstraad vindt het gerechtvaardigd dat iets van de waarde terugvloeit naar de culturele sector zelf. Een redelijke beloning voor uitvoerende en scheppende kunstenaars zou niet meer dan vanzelfsprekend moeten zijn.

 

Gemiddeld verdienen werkenden in de culturele sector een derde minder dan het modaal brutoinkomen. Kunstenaars vormen vaak de sluitpost op de begroting en verdienen nog veel minder dan dit gemiddelde.(4) De slechte arbeidsmarktpositie van (vooral) zzp’ers in de culturele sector is mede het gevolg van de doorwerking van de bezuinigingen van het kabinet Rutte I. Met ingang van 1 januari 2013 is de landelijke cultuurbegroting gekrompen met 200 miljoen per jaar. Onder minister Bussemaker is de bezuiniging niet teruggedraaid. Wel zijn er met incidentele bedragen reparaties in de sector uitgevoerd. Op 1 januari 2018 zal er dus 5 keer 200 miljoen minder zijn uitgegeven aan cultuur. Toch stelde het ministerie van OCW in de jaarlijkse rapportage Cultuur in Beeld, dat het culturele aanbod (het aantal voorstellingen, concerten en tentoonstellingen) nauwelijks is geslonken. Een fors deel van de ‘Zijlstra-bezuinigingen’ is verhaald op de zwakste schakel in de keten: de individuele kunstenaar/schepper/maker/acteur die een slechte onderhandelingspositie heeft omdat er tien anderen klaarstaan om de opdracht voor een lager bedrag te aanvaarden. Zij blijven produceren op het niveau van voor de bezuinigingen maar krijgen daarvoor steeds minder betaald.

 

De atypische, door passie gedreven culturele arbeidsmarkt, is als gevolg van de crisis en bezuinigingen veranderd. Veel meer nog dan in andere domeinen zijn er flexwerkers werkzaam in de cultuur.(5) Het aandeel zzp’ers in de sector is landelijk gestegen naar Zie hiervoor het in april 2017 verschenen SER-rapport Passie Gewaardeerd veertig procent, evenals het aandeel werknemers dat op basis van een tijdelijk contract werkt. Vaste medewerkers worden ingeruild door flexwerkers, die steeds minder betaald krijgen, mede vanwege concurrerende collega’s die tarieven omlaag drukken. ‘Stagiairs’ en vrijwilligers vervangen ook steeds vaker betaalde collega’s in de sector. Daarmee is de inkomenszekerheid afgenomen, wat werkenden in de culturele sector kwetsbaar maakt.

De culturele sector is veel groter dan de gesubsidieerde kunst. Met veel artistieke producties wordt op de markt goed geld verdiend. Hier is het probleem dat de winsten teveel bij de distributeurs terecht komen en te weinig bij de makers van de producties.

 

De slechte arbeidsmarktpositie van mensen werkzaam in de culturele sector is een landelijk vraagstuk, maar vooral ook een Amsterdams probleem. In Amsterdam werken ruim 55.000 mensen in de creatieve industrie, tegen 9.000 in Rotterdam, 11.000 in Den Haag en 12.000 in Utrecht.(6) Amsterdam kan dus met recht de stad van de creatieve industrie(7) genoemd worden.

 

 

Fair Practice Code

Op 3 oktober 2017 werd de eerste versie van de Fair Practice Code gepresenteerd in Veem Huis voor Performance en aangeboden aan demissionair minister Bussemaker. De De Fair Practice Code is hier te lezen. Fair Practice Code vormt een ‘kader voor duurzaam, eerlijk en transparant ondernemen en werken in kunst, cultuur en creatieve industrie’. Een brede vertegenwoordiging van creatieve professionals uit vele disciplines stelde de code op waarmee concrete handvatten voor makers, cultuurwerkers, gezelschappen, instellingen, fondsen en overheden in de culturele sector geboden kunnen worden. Concreet betekent het dat instellingen geacht worden volgens de voor de sector geldende cao’s en richtlijnen te belonen.

 

 

Een fair Amsterdams Kunstenplan

De kunstraad adviseert de Fair Practice Code op te nemen in het kunstenplan. Instellingen moeten verplicht worden om de code toe te passen of uit te leggen waarom ze er van afwijken. De kunstraad is van mening dat ook bij de monitoring van instellingen goed opdracht- en werkgeverschap benadrukt moet worden. Bij het aanvragen van subsidie dient de honorering van zzp’ers en flexwerkers zichtbaar te zijn op de begroting en dient de honorering niet onder een bepaalde norm (cao of richtlijn) te komen. De kunstraad onderschrijft in dit verband de Richtlijn Kunstenaarshonoraria(8) en stelt dat deze verplicht gesteld moet worden voor elke kunstenplaninstelling die met beeldende makers werkt. Hetzelfde geldt voor de richtlijn voor honorering musici muziekensembles en richtlijn zpp’ers in de Cao Toneel en Dans.

Toepassing van de code kan impliceren dat alle insllingen in het kunstenplan hun aanbod moeten verminderen (minder dagen open, minder voorstellingen en exposities) of meer subsidie nodig hebben.

 

 

_________________________

cultuur-ondernemen.nl/het-fair-practice-label-versterkt-de-positie-van-kunstenaars.

Flexwerkers is een verzamelterm voor werkenden die niet vast in dienst zijn, zoals zzp’ers, werknemers met korte dienstverbanden, uitzendkrachten of freelancers die op basis van een payrollovereenkomst werken.

6 Monitor Creatieve Industrie van IMMovator.

De creatieve industrie is een verzamelnaam voor de beroepen en bedrijfstypen gericht op de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom. Voorbeelden hiervan zijn de uitvoerende kunsten (muziek, theater, dans), film, architectuur, mode, beeldende kunst en vormgeving/design, reclame en gametechnologie en interactieve toepassingen. Vereniging Hogescholen, Sterke arbeidsmarktpositie van de creatief opgeleide!

De Richtlijn Kunstenaarshonoraria is ontwikkeld door De Zaak Nu, Beroepsvereniging van Beeldend Kunstenaars, Kunstenbond en Vereniging Platform Beeldende Kunst.

 

Kunst en cultuur als breekijzer

Amsterdam is een geliefde stad. Voor bewoners, maar ook voor toeristen en studenten, expats en anderen die zich voor langere tijd in de metropool willen vestigen. De gerenommeerde opleidingen, zoals de Rijksakademie van beeldende kunsten, de Gerrit Rietveld Academie en het Conservatorium van Amsterdam trekken veel talent aan. Het Amsterdamse broedplaatsenbeleid is uniek in de wereld. Het open en tolerante karakter en de internationale allure van de stad zijn eveneens succesfactoren. Kunst en cultuur zijn medebepalend voor het vestigingsklimaat in de stad. Bovendien fungeren kunst en cultuur als breekijzers voor waardevermeerdering op ruimtelijk en op sociaal vlak.

 

 

Kunst en cultuur als breekijzer op ruimtelijk niveau

De afgelopen decennia zijn verschillende buurten opgeknapt en aantrekkelijker geworden. De rol van kunst en cultuur in dit proces valt niet uit te vlakken. Kunst(enaars) helpen het leefklimaat te verbeteren. Creatieven vestigen zich op goedkope locaties die voor het grote publiek minder aangenaam zijn om te wonen. Door de aanzuigende werking van de creatieven vestigen zich er nieuwe barretjes en kleine bedrijfjes, oude huizen worden opgekocht en verbouwd. Langzaamaan wordt de buurt verbeterd. In veel gebieden en wijken was het de kunst die voor een opleving zorgde.

 

Een belangrijke vraag is: wie profiteert er van de waardevermeerdering en kwaliteitsverbetering? De rekening wordt tot nu toe vaak betaald door kunstenaars, zij delven het onderspit. Een schrijnend recent voorbeeld is de NDSM-werf. Kunstenaars die in de X-helling hun werkruimte hebben, en hebben meebetaald aan de verbouwing ervan, zijn hun toekomst op de werf onzeker omdat de huurprijzen gaan stijgen doordat er op dezelfde werf door projectontwikkelaars nieuwe hotels en appartementen worden gebouwd.(9) Het ‘gentrificerende effect’ van de kunst levert de stad en de projectontwikkelaars miljarden op. Wat de kunstraad betreft is het niet meer dan terecht dat de kunsten meeprofiteren van het succes.

 

behoud en creëer culturele bestemmingen

Een geslaagde culturele interventie heeft ook nadelige effecten. De buurt verandert en de oorspronkelijke bewoners voelen zich in de opgewaardeerde wijken niet meer thuis. Ook de waarde van de panden waarin culturele en maatschappelijke activiteiten plaatsvinden, stijgt. Een gevolg daarvan kan zijn dat deze panden te duur worden voor de culturele huurders en zij genoodzaakt zijn de huur op te zeggen. Daarmee wordt het sociale weefsel in de wijk aangetast. De kunstraad stelt dat de gemeente alle panden waar gesubsidieerde culturele activiteiten plaatsvinden een culturele bestemming moet geven in de bestemmingsplannen. Dit zet een rem op de stijging van de marktwaarde van de panden, terwijl de culturele waarde behouden blijft voor de buurt. Dit betekent dat het pand alleen doorverkocht kan worden aan een instelling die daar ook culturele activiteiten uitvoert. Zo worden culturele huurders beter beschermd.

 

geef kunstenaars een actieve rol

De uitdagingen voor de toekomst zijn complex. Een kantorendistrict als de Zuidas moet aangevuld worden met cultuur om ook aantrekkelijk te worden voor bewoning. Universitaire opleidingen hebben een groeiende behoefte aan input uit het kunstzinnige domein om de verbeeldingskracht aan te wakkeren. De snelle transitie van mondiale systemen vraagt om een nieuw type deskundigheid, waarbij het inspelen op kansen belangrijker wordt dan het opstellen van risicoanalyses. Systeemwijzigingen in bijvoorbeeld de energiemarkt vragen om een nieuwe benadering waarin naar Londens model ‘design advocates’(10) de social sharing van energie organiseren. In Sloterdijk 1 en de Sluisbuurt wordt reeds geëxperimenteerd met nieuwe vormen van urban planning die duurzaam zijn en van onderop via een social network tot stand worden gebracht. Pakhuis de Zwijger is een platform voor sociale en culturele innovatie. Waag Society en Mediamatic zijn pioniers die werken op het snijvlak van kunst, wetenschap en technologie. Samen met de chief technology officer (CTO) en de chief science officer (CSO) van Amsterdam inspireren zij tot slimme en duurzame oplossingen bij gebiedsontwikkeling. Bijvoorbeeld: werd de riolering vroeger door een grote aannemer aangelegd, nu blijkt het voordeliger en toekomstbestendiger om met de bewoners een rainproof strategy in gang te zetten waarin iedereen voor tuintjes en andere groenvoorziening zorgt om het regenwater op te vangen. Volgens de kunstraad zijn kunstenaars bij uitstek geschikt om deze processen in gang te zetten en te begeleiden. Deze ruimtelijke en op duurzaamheid gerichte interventies zijn van grote toegevoegde waarde voor de stad.

 

 

Kunst en cultuur als breekijzer op sociaal niveau

Kunst en cultuur kunnen een rol spelen in het slechten van de tweedelingen in Amsterdam. Kunst brengt veel teweeg, kunst en cultuur verbinden en heffen barrières op. In een stad met inwoners met meer dan 170 nationaliteiten (11) is kennis over de eigen en de andere culturen cruciaal om verschillen te overbruggen. De sociale impact van kunst en cultuur kan tot doorbraken leiden. Er zijn talloze voorbeelden van buurten waar kunstenaars een positieve impuls geven. Denk aan Garage Notweg in Nieuw West, aan de Tafel van Noord en aan CBK Zuidoost, het Bijlmer Parktheater en Imagine IC in Zuidoost. Kunst discrimineert niet, in disciplines als beeldende kunst, dans, of muziek is geen taalbarrière en kan iedereen zich uiten.

Naast de kunstprofessionals zijn er in Amsterdam vele amateurmakers. Er is een uitgebreide informele structuur in de wijken. Het wordt interessant wanneer de Amsterdamse culturele infrastructuur zich duurzamer verbindt met dit (vaak particuliere) initiatief. De Chassé Dance Studio’s in West, waar de Henny Jurriëns Stichting, de Nationale Balletacademie en andere professionals trainen, terwijl basisscholen gebruik maken van de gymzaal in het complex, is een mooi voorbeeld van die verbinding. Hier is artistiek hoogwaardige cultuur zichtbaar aanwezig in de wijk en vindt vermenging op één locatie plaats van oude en nieuwe genres.

 

decentraal budget

De aantrekkelijkheid van de metropool manifesteert zich niet louter in grote instellingen als Het Concertgebouw of Toneelgroep Amsterdam. Juist in het vertakte netwerk van cultuur en innovatie schuilt het succes van de grote stad. Amsterdam heeft een rijkgeschakeerd aanbod van erfgoed maar huist ook de nieuwste experimenten. Nieuwe artistieke vormen ontwikkelen zich niet zelden aan de randen van de stad. Nieuwe genres zijn juist in de stadsdelen in opkomst en kunnen een verbindende factor zijn in het verkleinen van de kloof tussen centrum en stadsdelen.

Zeker met het oog op de breekijzerfunctie van kunst en cultuur, waarbij veel zich afspeelt op stadsdeelniveau, is het bijzonder spijtig dat stadsdeelgelden zijn verdwenen. De kunstraad pleit er al langer voor dat bestuurscommissies weer over een eigen budget voor kunst en cultuur beschikken. De kunstraad heeft in het advies Heel de stad! (2013) gewezen op het belang van decentraal cultuurgeld om met relatief lage bedragen interessante projecten voor de buurt te realiseren. Wanneer woningcorporaties, winkeliersverenigingen, wijkbestuurders en bewoners samen een cultureel initiatief omarmen dat tot verbetering van het sociale fundament van een buurt leidt, mag het niet op een gebrek aan middelen afketsen.(12)

 

investeer in diversiteit

In zijn Verkenning (2014) concludeerde de kunstraad dat zowel landelijk als stedelijk in de periode tot en met 2013 is bezuinigd op instellingen met een multicultureel karakter. Instellingen als Antana, De Nieuw Amsterdam, El Hizjra en Imagine IC moesten het met een (veel) kleiner budget doen. Juist daar waar de stad wil en moet versnellen en investeren is het geld weggehaald.

De gesubsidieerde culturele sector scoort nog steeds slecht op het punt van inclusiviteit. Op grond van de Code Culturele Diversiteit moet er meer diversiteit te zien zijn op het vlak van publiek, personeel, programmering en partners van de instellingen. De kunstraad constateert dat commerciële cultuuruitingen op dit moment sneller aan de code voldoen dan gesubsidieerde instellingen. In sectoren als dance events, multimedia, de mode en de muziekindustrie vindt een vermenging plaats tussen alle culturen van de stad. De gesubsidieerde instellingen lopen achter en zullen zich op dit vlak extra moeten inzetten. Meer kansen voor initiatieven met een divers karakter vergt extra investeringen.

 

_________________________

Inmiddels heeft de Amsterdamse gemeenteraad met ruime meerderheid de door de SP geïnitieerde motie  aangenomen, die het stadsbestuur oproept de kunstenaars van de X-helling bij de renovatie van het terrein te betrekken.

10 london.gov.uk/what-we-do/regeneration/advice-and-guidance/good-growth-design.

11 ois.amsterdam.nl.

12 Zoals in de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020 staat geformuleerd: ‘De stadsdelen hebben in het kader van de nieuwe bevoegdhedenverdeling de verantwoordelijkheid voor buurtgebonden cultuurinitiatieven en kunst in de openbare ruimte.’ p. 19.

Publiek van de toekomst

Een verbreding en vernieuwing van het publiek in termen van leeftijd, culturele achtergrond, welvaartsniveau en opleiding is de belangrijkste opdracht voor de culturele sector in de komende jaren. Talent en creativiteit zijn gelijkelijk gespreid over alle Amsterdamse kinderen en het is aan het onderwijs en de culturele instellingen om de vlam van de artistieke belangstelling aan te wakkeren in alle wijken van de stad.

 

 

Cultuureducatie en cultuurparticipatie

Aangezien het kunstonderwijs op veel scholen een minimale invulling kreeg, startte Amsterdam in 2013 met een convenant voor introductie van een basispakket cultuureducatie. De ambitie om elk Amsterdams schoolkind in contact te brengen met muziek, theater/dans en een derde leerlijn is nog niet volbracht, maar er is een basis die in de komende jaren met extra geld van cultuur en van onderwijs kan worden uitgebouwd.

Het inzicht dat kunstonderwijs een positieve bijdrage kan leveren aan de kennisvergaring in de cognitieve vakken wordt steeds breder onderschreven. Kunst stimuleert het probleemoplossend vermogen, leerlingen ontlenen zelfvertrouwen en motivatie aan kunstonderwijs en het helpt hen in het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden. Cultuureducatieleerlijnen moeten, wat de kunstraad betreft, uitgebreid worden en beter verankerd in het lesprogramma. De keten dient veiliggesteld te worden, van laboratoria voor talent tot topinstellingen.

Ook bij de instellingen ligt een taak om de toegankelijkheid te verbeteren.

 

mediawijsheid

Naast de klassieke culturele vorming heeft het onderwijs behoefte aan vakken die een verbinding vormen met de digitale beeldcultuur waarin we leven. Het succes van de smartphone is van grote invloed op de jeugd. De kunstraad benadrukt het belang van het ontwikkelen van een kritische blik naar verschillende media-uitingen, om leerlingen tot zelfbewuste mediagebruikers te maken. Daarom moet het vak mediawijsheid met voorrang een plek krijgen in het curriculum op de Amsterdamse scholen.

 

aandacht voor diversiteit in het lespakket

Amsterdam huisvest inwoners uit meer dan 170 landen. De schoolgaande jeugd is gemengd en zeer divers. In de klaslokalen zitten naast Nederlandse kinderen verhoudingsgewijs veel kinderen met een Surinaamse, Caribische, Indonesische, Chinese, Marokkaanse en Turkse achtergrond. Over de vraag wat voor rol hun culturele achtergrond speelt in de lespakketten is al lange tijd veel discussie. In het nieuwe regeerakkoord is opgenomen dat leerlingen het Wilhelmus leren. De kunstraad benadrukt dat er op school ook aandacht moet zijn voor kunstuitingen uit andere culturen.

Immigranten en vluchtelingen hebben immers door de eeuwen heen de stad helpen opbouwen. Zij hebben Amsterdam geestelijk en cultureel verrijkt. Het wordt tijd om de geschiedenis van de stad, die als handelsstad grote rijkdom heeft verworven, aan te vullen met de keerzijde van de koloniale geschiedenis, waarin uitbuiting op grond van ras een belangrijke rol heeft gespeeld. Als we willen dat de schooljeugd zich herkent in het DNA van de stad, dan zullen de musea die dit DNA tentoonstellen de eurocentristische kijk op de geschiedenis moeten bijstellen en hun aanbod moeten voorzien van een eerlijker en meer gelaagd verhaal.

 

 

Vernieuwing en nieuwe genres

Amsterdam is trots op de Unescostatus van de grachtengordel en het architectonische erfgoed van de Amsterdamse School, maar moet ervoor waken de connectie met nieuwe artistieke ontwikkelingen kwijt te raken. Amsterdam moet de stad van de levende kunsten zijn en blijven.

 

bruisend klimaat

Een innovatieve cultuursector moet ruimte creëren voor nieuwe ontwikkelingen. Dit kan deels binnen de bestaande instellingen gerealiseerd worden en deels ernaast, door nieuwe aanvragers. Zowel binnen als buiten het kunstenplan is extra budget voor vernieuwing noodzakelijk. Om de voorhoedepositie te behouden, is het belangrijk voor Amsterdam te investeren in kunst die op autonome wijze tot stand komt. Experimenteerruimte voor jong en bewezen talent is essentieel voor een gezond en bruisend cultureel klimaat. Nieuwe genres zoals stand-up, spoken word, urban dance en nieuw circus zijn essentieel waar het gaat om het verbinden en het bereiken van nieuwe doelgroepen.

Amsterdam kan een voorbeeld nemen aan Eindhoven waar sinds 2011 actief geïnvesteerd is in urban culture en sports.

 

nieuwe genres, nieuw budget

Ruimte voor nieuwe genres moet niet ten koste gaan van wat er is of was. Een zekere mate van doorstroming is inherent aan het systeem van cultuurfinanciering, maar de zogenoemde ‘zaaglijnproblematiek’ van het Fonds Podiumkunsten, waarbij gerenommeerde instellingen een positief advies kregen maar geen geld ten gevolge van onvoldoende saldo, moet voorkomen worden. De financiële ruimte voor bewezen kwaliteit en het internationaal opererende MKB van de cultuur moet behouden blijven.

 

een plek voor e-culture

Amsterdam heeft, mede gezien zijn ambitie om een innovatieve stad te zijn met een goed economisch klimaat voor startups, groot belang bij het stimuleren van kritische denkers en speelse makers die artistieke, culturele en maatschappelijke belangen en zienswijzen vertegenwoordigen en inbrengen. De dynamiek in de creatieve industrie is groot en daarmee ontstaat een permanente vraag naar artistiek talent. De dialoog tussen technologie, utopisten en kritische denkers zou wat de kunstraad betreft structureler aangemoedigd moeten worden. De gemeente zou daarom moeten investeren in een beleid waarin digitale kunst een volwaardige plaats krijgt. Tevens is een fysieke plek in de stad voor kruisbestuivingen tussen digitale kunst en innovatie, waarmee het grote publiek wordt geïnspireerd, zeer gewenst.

 

 

Verbinding en spreiding

creëer een verbindende infrastructuur

De kunstraad bepleit spreiding van de gesubsidieerde cultuur over de stad. Niet alleen wordt de binnenstad ontlast door de bezoekers te spreiden, de cultuur wordt ook beter toegankelijk voor nieuwe publieksgroepen. Om de sociale impact van de cultuur optimaal te laten floreren adviseert de kunstraad de gemeente om te investeren in de infrastructuur. Verbeter de overloop van de particuliere culturele infrastructuur naar de instellingen die subsidie van de stad en het Rijk ontvangen. Verbind de kleine instellingen met de grote, en betrek hierbij ook het informele circuit, zodat de artistieke canon mee kan groeien met de veranderde bevolking van de stad die mede door de grote aantallen bezoekers een sterk kosmopolitisch aanzien heeft gekregen. Goede voorbeelden van aanbod met een sociale impact: Cinéma Arabe, Podium Mozaïek, Theater DEGASTEN, Well Made Productions, Aslan Muziekcentrum, Leerorkest, De Meervaart.

 

herintroduceer de percentageregeling voor beeldende kunst in Amsterdam

De percentageregeling voor beeldende kunst is een landelijke regeling die inhoudt dat bij koop of verkoop van Rijksgebouwen een percentage gereserveerd wordt voor een kunstopdracht. Verschillende gemeenten, waaronder Amsterdam, volgden het landelijke voorbeeld. In Utrecht wordt nog steeds (al ruim 60 jaar) gewerkt met de percentageregeling. Hier is de anderhalf procent regeling van toepassing. Een dergelijke regeling is interessant voor Amsterdam, juist ook omdat in het proces toekomstige gebruikers betrokken worden. Net als er landelijk een rol voor de Rijksbouwmeester is weggelegd(13), kan ook in Amsterdam de stadsbouwmeester een adviserende en bevorderende functie hebben.

 

_________________________

13 De percentageregeling wordt uitgevoerd door het Rijksvastgoedbedrijf. De Rijksbouwmeester bevordert de kwaliteit van de uitvoering van de regeling door het geven van kunstadvies. Deze rolverdeling maakt het mogelijk om architecten, kunstenaars, bouwkundigen en toekomstige gebruikers goed met elkaar samen te laten werken. Zie: bni.nl/bni-magazine/magazine/kunst-in-opdracht.php.

Uitvoeringsagenda

De kunstraad heeft in het verleden al op lacunes en kansen gewezen, onder meer in de Verkenning 2014 en in het advies voor het kunstenplan Zo mooi anders (2016). Eerder dit jaar heeft de kunstraad in zijn advies De stad is nooit af enkele concrete investeringsprojecten opgenomen die de druk op de Amsterdamse binnenstad helpen verlichten. De kunstraad schetst nu een uitvoeringsagenda voor de komende jaren – een overzicht van urgente zaken op het gebied van kunst en cultuur: de (eerdere) adviezen van de kunstraad, (aangenomen) initiatiefvoorstellen van gemeenteraadsleden en zaken die momenteel door het college van B en W worden voorbereid.

 

 

Arbeidsmarktpositie makers

implementatie Fair Practice Code

in het Amsterdamse Kunstenplan Instellingen in het Amsterdamse Kunstenplan moeten verplicht worden om de code toe te passen of uit te leggen waarom ze er van afwijken. De kunstraad is van mening dat in de monitoring van instellingen goed opdracht- en werkgeverschap benadrukt moet worden.

 

Onderhoud aan grote gebouwen

achterstallig onderhoud

Op enkele plekken in de culturele vastgoed infrastructuur is sprake van achterstallig onderhoud en onderhoudskosten die nog niet opgenomen zijn in de exploitatiebudgetten. Miskenning van deze problematiek brengt de faire honorering in gevaar omdat deze kosten wel gemaakt moeten worden. Een bijzonder geval is het voormalige Muziektheater waar Nationale Opera en Ballet (NO&B) ‘samenwoont’ met de gemeente. Jaarlijks ontvangt NO&B circa 2 miljoen euro te weinig om het meerjarenonderhoudsplan uit te voeren. Ook rechtvaardigt het internationale succes van de opera en het ballet een uitbreiding op de huidige locatie met een vlakke vloer zaal voor experimentele opera en kameropera en dansvoorstellingen van de Junior Company van Het Nationale Ballet. Voor het ombouwen en het gebruik van de Boekmanzaal zijn extra investeringen nodig.

 

Kunst en cultuur als breekijzer

behoud en creëer culturele bestemmingen (verduurzaming cultuurgebouwen)

De kunstraad stelt dat de gemeente Amsterdam alle panden waar gesubsidieerde culturele activiteiten plaatsvinden een culturele bestemming moet geven in de bestemmingsplannen. Dit zet een rem op de stijging van de marktwaarde van de panden, terwijl de culturele waarde behouden blijft voor de buurt.

 

geef kunstenaars een actieve rol in stedelijke vraagstukken

Wat de kunstraad betreft zijn kunstenaars bij uitstek geschikt om maatschappelijke processen in gang te zetten en te begeleiden. Zij moeten actief betrokken worden door het Projectmanagementbureau bij het vinden van oplossingen voor stedelijke vraagstukken, zoals ontwikkeling van buurten.

 

creëer een verbindende infrastructuur

Verbeter de overloop van de informele, grotendeels particuliere culturele infrastructuur naar de instellingen die subsidie van de stad en het rijk ontvangen. Verbind de kleine instellingen met de grote, en betrek hierbij ook het informele circuit, zodat de artistieke canon mee kan groeien met de verander(en)de bevolking van de stad.

 

herintroduceer de percentageregeling voor beeldende kunst in Amsterdam

De percentageregeling voor beeldende kunst is een landelijke regeling die inhoudt dat bij koop of verkoop van Rijksgebouwen een percentage gereserveerd wordt voor een kunstopdracht. Een dergelijke regeling is interessant voor Amsterdam, omdat in het proces toekomstige gebruikers betrokken worden. Net als er landelijk een rol voor de Rijksbouwmeester is weggelegd, kan ook in Amsterdam de stadsbouwmeester een adviserende en bevorderende functie hebben.

 

 

Cultuureducatie en cultuurparticipatie

maak van mediawijsheid prioriteit

Naast de klassieke culturele vorming heeft het onderwijs behoefte aan vakken die een verbinding vormen met de digitale beeldcultuur waarin we leven. Daarom moet het vak mediawijsheid met voorrang een plek krijgen in het curriculum op de Amsterdamse basisscholen.

 

aandacht voor diversiteit in het onderwijs

Het wordt tijd om de geschiedenis van de stad, die als handelsstad grote rijkdom heeft verworven aan te vullen met de keerzijde van de koloniale geschiedenis. Ook moet er op school aandacht zijn voor kunstuitingen uit andere culturen.

 

meer leerlijnen in het basispakket

De kunstraad vindt het belangrijk dat leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs de kans krijgen hun talenten te ontdekken. Alleen een focus op muziek past niet in deze visie: ook in andere disciplines zouden leerlijnen aangeboden moeten worden met gratis lessen door een vakdocent. Geïntegreerde leerlijnen van bijvoorbeeld techniek en nieuwe media of van muziek en dans moeten mogelijk worden in het basispakket, evenals leerlijnen waarin cognitieve vakken en kunstvakken elkaar versterken.

 

talentontwikkeling

De kunstraad constateert dat in meerdere disciplines sprake is van een verzwakte schakel van talentontwikkeling, terwijl juist in deze fase makers zich kunnen ontwikkelen tot professionals. Met name in de dans, muziek, theater en letteren zijn de mogelijkheden voor jonge makers te beperkt en moet er extra budget komen voor talentontwikkeling.

 

 

Vernieuwing, verbinding en spreiding

extra budget voor nieuwe genres en crossovers

Een innovatieve cultuursector moet ruimte creëren voor nieuwe ontwikkelingen. Dit kan deels binnen de bestaande instellingen gerealiseerd worden en deels ernaast, door nieuwe aanvragers. Ruimte voor nieuwe genres moet niet ten koste gaan van wat er is of was; er dient geen verarming van het aanbod op te treden, maar een verrijking.

 

cultuurhuis in Oost

De kunstraad ziet mogelijkheden voor een cultuurhuis in elk stadsdeel binnen het kunstenplan. In Amsterdam Oost is nog geen cultuurhuis. Verschillende instellingen of een combinatie van instellingen in stadsdeel Oost zouden daarvoor in aanmerking komen.

 

plek voor actuele kunst

Een (nieuw) Amsterdams centrum voor hedendaagse kunst is gewenst als schakel tussen de gevestigde musea en de experimentele kunstenaarsinitiatieven. Dit platform voor actuele kunst, een topinstituut met status, programmeert voor een brede doelgroep en biedt ruimte aan reflectie en debat. Het platform beheert geen eigen collectie en richt zich niet enkel op aanstormend talent of individuele oeuvres van gevestigde kunstenaars.

 

plek voor e-culture

De dialoog tussen technologie, utopisten en kritische denkers zou wat de kunstraad betreft structureler aangemoedigd moeten worden. Een fysieke plek in de stad voor kruisbestuivingen tussen digitale kunst en innovatie, waarmee het grote publiek wordt geïnspireerd, is zeer gewenst.

 

cultuurbudget in het gebiedsgericht werken

Om cultuur in de wijken een impuls te geven is het van belang dat er gebruik gemaakt kan worden van decentraal budget. Kansen voor sociale en ruimtelijke interventies doen zich vaak voor in samenspraak met bewoners, winkeliersverenigingen en/of woningcorporaties. Bestuurscommissies en wijkmanagers moeten weer over een eigen budget beschikken om cultuur in de wijken een impuls te geven. Dit past in de bottom-up benadering die de kunstraad van grote waarde acht. De kunstraad ziet ook voor de stadscurator een rol weggelegd om kunst in de wijken te stimuleren en vanaf een centrale positie de verschillende projecten op elkaar af te stemmen.

 

nieuwbouw Meervaart in of aan Sloterplas

Het gebied rond de Sloterplas biedt onuitputtelijk veel mogelijkheden. Wat mist is een gamechanger die dit gebied in één keer op de kaart zet, een echt cultureel icoon buiten de ring. Te denken valt aan een grote nieuwe Meervaart midden in de Sloterplas, waar in samenwerking met de OBA een levendig centrum wordt gerealiseerd.

 

cultuur op de Zuidas

De Zuidrand heeft wegens gunstige ligging ten opzichte van Schiphol een grote potentie. Door woningen en andere functies toe te voegen aan het zakelijke centrum van Amsterdam kan er een interessante, gemengde wijk ontstaan waarin een prominente culturele instelling onmisbaar is.

 

cultuureiland Amsterdamse Bos

Het Amsterdamse Bos is zeer centraal gelegen tussen de Zuidas, Schiphol en Nieuw-West. Deze groene longen van de stad zijn matig onderhouden en onderbenut. Renoveer het Amsterdamse Bostheater en creëer een cultuureiland rondom het openluchttheater. Ook de rest van het Amsterdamse Bos kan een impuls gebruiken. Met Amstelveen kunnen afspraken worden gemaakt voor een revitalisering. Juist op deze plek kan het begrip duurzaamheid inzichtelijk gemaakt worden.

 

 

Initiatiefvoorstellen gemeenteraad

 

De gemeenteraad heeft initiatiefvoorstellen aangenomen die drukken op het toekomstige budget.

  • Verduurzaming cultuurgebouwen
  • Stadscurator
  • Honorering kunstenaars
  • Cultuureducatie voor langdurig zieke kinderen

 

 

College van B en W

 

Ook het college van B en W heeft plannen gemaakt op het gebied van kunst en cultuur, waarvan enkele structureel op het cultuurbudget zullen drukken.

  • Amsterdam Museum (verbouwing + convenant met Nieuw-West)
  • Amsterdam Biënnale
  • Verzelfstandiging CBK Zuidoost
  • Uitbreiding basispakket
  • Nieuwe OBA op de Zuidas

Conclusie en advies

De metropool Amsterdam moet zich gaan verhouden tot wat hij is en de schaalsprong maken die nodig is op gebied van kunst en cultuur:

 

Amsterdam huisvest de landelijke top van de cultuursector die meespeelt in de hoogste regionen van de mondiale cultuur.

 

Amsterdam kent twee grote uitdagingen: de snelle groei en de mix van bevolkingsgroepen. Beide vereisen een culturele begeleiding.

 

Amsterdam wil vooruitlopen op gebied van de creatieve industrie en de digitale cultuur, daarvoor is een sterke autonoom werkende kunstensector nodig.

 

Amsterdam wil aantrekkelijk blijven voor bewoners en toeristen en dat vereist een spreiding van iconische culturele pleisterplaatsen die krachtig genoeg zijn om herhaalbezoekers te spreiden in de metropool.

 

Amsterdam beschikt over veel jong talent en biedt nu onvoldoende ruimte voor talentontwikkeling.

 

 

Cultuurbudget Amsterdam

Wat is het huidige cultuurbudget van Amsterdam? En wat wordt er landelijk geïnvesteerd in de stad? En met welke bezuinigingen op cultuur heeft de stad te maken (gehad)?

 

In 2011 heeft de landelijke overheid 200 miljoen per jaar bezuinigd op cultuur.(14) Deze bezuiniging is in 2013 ingegaan, wat betekent dat er op 1 januari 2018 vanuit Den Haag, afgezien van een paar kleine reparaties 1 miljard uit de gesubsidieerde cultuursector is gehaald.

In Amsterdam is in diezelfde periode, dus vanaf 2013, € 7,6 miljoen bezuinigd op cultuur. Dat is gerepareerd door met ingang van 1 januari 2017 op jaarbasis het cultuurbudget weer met € 7,6 miljoen te verhogen. Op het Amsterdamse budget is tussen 2013 en 2017 dus ruim € 30 miljoen bezuinigd. Dit alles in een sterk verslechterd economisch klimaat, zodat het verkrijgen van eigen inkomsten en sponsorgelden voor de sector ook moeilijk was.

 

landelijke subsidie kunst en cultuur – Amsterdam in de G4

Van de Basis Infrastructuur (BIS) gaat momenteel 40% naar Amsterdam: de BIS beslaat ruim € 220 miljoen, Amsterdam ontvangt € 90 miljoen.(15) Van de totale landelijke subsidie, inclusief fondsen, gaat jaarlijks ongeveer een derde naar Amsterdam. Dit is niet ongebruikelijk voor Europese hoofdsteden. Ook Parijs en Brussel ontvangen ongeveer een derde van de rijkssubsidie. Londen krijgt zelfs 40%.(16)

 

Hoewel Amsterdam veel meer rijkssubsidie ontvangt dan andere steden in Nederland, blijft de gemeentelijke subsidie in vergelijking achter. Als we alleen naar de G4 – Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag – kijken, gaat in Amsterdam het laagste percentage, namelijk 2,85%, van het totale gemeentebudget naar kunst & cultuur (exclusief erfgoed). In Rotterdam is dit 3,66%, in Utrecht 4,77% en in Den Haag 4,08%.(17)

 

cultuurbegroting Amsterdam en kosten vastgoed

De begroting 2018 van de gemeente Amsterdam is € 5,6 miljard euro. Amsterdam besteedt € 160 miljoen aan kunst en cultuur.(18) Van de € 160 miljoen is € 20 miljoen huursubsidie, die tussen instellingen (inclusief de OBA) en gemeente heen en weer gaat om kapitaallasten af te kunnen trekken van de belastingen. Feitelijke budget is dus € 140 miljoen, waarvan circa € 35 miljoen via huur weer bij de gemeente terugkomt.(19) Deze ‘baten’ worden op de begroting van de gemeente niet meer onder Kunst en Cultuur geplaatst, maar vallen sinds kort toe aan het Gemeentelijk Vastgoed. Zonder het vastgoed gerelateerde deel resteert een bedrag van ongeveer € 100 miljoen voor programmering en personeel.

 

verdwenen stadsdeelbudgetten

Door de hervorming van het bestuurlijk stelsel zijn de stadsdeelmiddelen voor kunst en cultuur gecentraliseerd. De meerjarige stadsdeelsubsidies zouden één op één worden overgeheveld naar het kunstenplanbudget. In het geval van de A-Bis is dit gebeurd, voor het AFK deel niet volledig. Incidentele gelden zijn niet overgedragen en zelfs voor een deel verdwenen.

De kunstraad heeft eerder het bedrag dat de stadsdelen hadden, gevonden in een geconsolideerde begroting van de gemeente en de stadsdelen uit 2013. Het ging toen om een bedrag van € 29 miljoen.(20) Volgens een opgave van de afdeling Kunst en Cultuur in 2015 gaven de stadsdelen samen structureel ruim € 9 miljoen uit aan cultuur. De overgedragen gelden vanuit de stadsdelen naar de centrale stad in 2016 en 2017 bedragen hooguit € 5 miljoen. Er is hier dus een tekort ontstaan. Recent (10 augustus jl.) heeft GroenLinks aan het college hierover schriftelijke vragen gesteld. Op 20 oktober jl. zijn deze vragen beantwoord. Voor 2018 heeft het college inmiddels extra incidentele middelen aangekondigd voor het oplossen van knelpunten met betrekking tot kunst in de openbare ruimte, verder ziet het college ‘momenteel geen aanleiding om budgetten te repareren’.

 

 

Advies Amsterdamse Kunstraad

Nu het beter gaat met de Nederlandse economie en Amsterdam sterk profiteert van de opleving in het internationaal toerisme, legt de kunstraad een culturele investeringsrekening voor aan het toekomstige stadsbestuur. Meer dan ooit vraagt de stad om ambitie, visie en grote gebaren.

 

Maar eerst moet nog een achterstallige rekening voldaan worden. Kunstenaars en anderen werkzaam in de culturele sector hebben ingeleverd om het aanbod op peil te houden. Instellingen moeten niet langer hun plannen uitvoeren ten koste van de medewerkers. Naleving van de Fair Practice Code betekent dat instellingen noodgedwongen in het aanbod moeten snijden Het Veem Huis voor Performance heeft hier al de nodige consequenties aan verbonden door de programmering terug te dringen naar 100 dagen per jaar.

Krimp van de huidige cultuursector in tijden van hoogconjunctuur acht de kunstraad zeer onwenselijk. Daarom moeten de ambities in het aanbod gedekt worden door realistische subsidiebudgetten.

 

Daarnaast zijn er initiatieven ingediend door gemeenteraadsleden die leiden tot een verhoging van de uitgaven voor kunst en cultuur en heeft het college van B en W enkele projecten omarmd, waar extra kosten voor de cultuurbegroting uit voortvloeien.

 

Om deze extra doelen te bereiken beraamt de kunstraad de culturele investeringsrekening op een stijging van € 40 miljoen euro, naar een cultuurbudget van € 200 miljoen euro structureel per jaar. Dat is een stijging van 25 procent en een verbetering van de balans tussen landelijk geld en stedelijk geld.

 

_________________________

14 Het gaat om een bezuiniging van € 200 miljoen, waarvan ca. € 125 miljoen op de culturele basisinfrastructuur: de culturele instellingen en de fondsen die een directe subsidie van het rijk ontvangen, Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid (2011).

15  Cijfers gebaseerd op het advies Culturele basisinfrastructuur 2017-2020 van de Raad voor Cultuur. Bedrag Nationaal Museum van Wereldculturen voor 50% toegeschreven aan Amsterdam.

16 World Cities Culture Finance Report 2017, over de periode 2013-2016.

17 Gemeentebegrotingen 2018.

18 Gemeente Amsterdam, Begroting 2018.

19 Dit is een schatting van de kosten die door de kunstenplaninstellingen worden uitgegeven aan huur en onderhoud, gebaseerd op de vastgoedenquête die de kunstraad in 2015 heeft gehouden.

20 Gemeente Amsterdam, Begroting 2013, p. 26.