Nieuwsartikel

Wethouder Ollongren ‘blij’ met advies

De Amsterdamse Kunstraad overhandigde woensdag 10 mei het advies ‘De stad is nooit af’, over de drukte in Amsterdam, aan wethouder Kajsa Ollongren (kunst en cultuur, economie en verantwoordelijk voor het thema Stad in Balans). De wethouder zei ‘ontzettend blij’ te zijn met het rapport, dat 21 concrete aanbevelingen doet over de manier waarop de onstuimige groei van bewoners en bezoekers niet tot meer overlast leidt, maar juist kan worden benut.

De bijeenkomst vond plaats op de elfde verdieping van de Zilveren Toren, naast Amsterdam CS, een ruimte die rondom een spectaculair uitzicht biedt op de stad. Naast de aanbieding van het advies presenteerde ‘stadsstatisticus’ Jeroen Slot actuele cijfers over de toenemende drukte, hield rijksbouwmeester Floris Alkemade een pleidooi voor de emancipatie van de periferie en was er een audiovisuele presentatie waarin bewoners en deskundigen hun visie op de drukte in de stad gaven. De kunstraad praatte voor de totstandkoming van het advies met tientallen kunstenaars, ontwerpers, directeuren van cultuurinstellingen, stedenbouwers en architecten over de toenemende druk op Amsterdam en de kansen die dit biedt.

20170510-Totaal-met-Kajsa-Ollongren.jpg-paars-inline

Dat kunstenaars constructief vanuit hun eigen perspectief meedenken over deze problematiek beschouwt ze als waardevol, zei wethouder Ollongren in een eerste reactie. ‘Kunst en cultuur zijn bepalend voor de identiteit van deze stad en vaak ook reden voor een bezoek. Meestal praat ik over dit onderwerp met ondernemers en economen.’ Het brede palet aan concrete suggesties van de kunstraad is zeker bruikbaar en sommige aanbevelingen spreken haar zeer aan, zei Ollongren: ‘Een Designmuseum aan de rand van de stad, de invulling van het Marineterrein, een icoon aan de Sloterplas: we zijn er al mee bezig.’ Aandacht voor spreiding van de culturele voorzieningen over de hele stad is belangrijk, benadrukte ze: ‘Dit speelt niet alleen op de Wallen of in de binnenstad, maar in de hele stad. Het gaat over groei.’ Het pleidooi voor een goede functiemix noemde ze een hele belangrijke aanbeveling. ‘Wonen, winkels, scholen maar ook kunst en cultuur horen thuis in bestaande én nieuwe buurten.’ Ollongren beschouwt het advies ‘een belangrijke bijdrage aan een aantrekkelijke stad voor bewoners én bezoekers.’

Jeroen Slot liet aan de hand van cijfers zien dat de druk op de openbare ruimte de komende jaren alleen nog maar zal toenemen en dat ‘het toeristenseizoen’ niet meer bestaat: het is alle dagen feest. Slot: ‘Niemand weet nog precies welke gevolgen het zal hebben maar eenvoudige maatregelen gaan niet werken. Elk scenario ontploft.’

Rijksbouwmeester Floris Alkemade bekeek het succes van de hoofdstad ‘uit hoofde van mijn functie én als niet-Amsterdammer’, met een positief-kritische blik. Hij roemde de uitzonderlijke kwaliteit en identiteit van de stad (‘het is onmogelijk om níet van Amsterdam te houden’) maar pleitte voor solidariteit. Hij signaleerde de afname van de sociale woningbouw-voorraad en hekelde de stad als ‘segregatiemachine die iedereen met minder geld naar buiten duwt’.

20170510-Afbeelding-uit-presentatie-Rijksbouwmeester.jpg-paarsgroot
Laat je niet als een ijdele Dorian Gray verblinden door de schoonheid van de binnenstad, waarschuwde Alkemade. ‘Beschouw wijken als de Bijlmer, Nieuw-West, IJburg, maar ook een stad als Almere niet als B-klasse.’ Op de grotere schaal bepleitte Alkemade voor wat hij ‘de emancipatie van de periferie’ noemt. Want die ‘vreemde’ Amsterdamse economie die vooral floreert vanwege de Zuidas en het toerisme, kan niet zonder het voedsel en de energie die op het platteland worden geproduceerd. ‘Je komt niet tot oplossingen zonder de rest van het land erbij te betrekken.’

Naast een reactie van het gemeentebestuur hoopt de Amsterdamse Kunstraad op een reactie van de raadscommissies cultuur en ruimtelijke ordening, en wordt er wellicht binnen afzienbare termijn nog een werkconferentie georganiseerd rond dit advies.