Kies met Lef voor kunst en cultuur

Hoofdstuk 1

Aanbod, publiek, ondernemen
Amsterdam is het Rijksmuseum en FOAM, De Nederlandse Opera en De Jeugd van Tegenwoordig, IDFA en Cinekid, Grachtenfestival en Amsterdam Dance Event, Van Gogh Museum en de Appel, Marcel Wanders en Aziz, Het Nationaal Ballet en Don’t Hit Mama, Toneelgroep Amsterdam en de Toneelmakerij, Joost Zwagerman en Last Poets Festival, Rietveld-academie en Filmschool, EYE en Nieuw Dakota, Holland Festival en Over het IJ Festival, Berlage en Marlies Rohmer, Imagine IC en Theater het Amsterdamse Bos (en zo kunnen we gelukkig nog wel even doorgaan…)

Amsterdam is onbetwist de culturele hoofdstad van Nederland. Als cultuurstad kan Amsterdam zich meten met de metropolen van de wereld. Amsterdam heeft een enorme rijkdom aan erfgoed en musea van wereldfaam, populaire podia en festivals. Amsterdam is bovendien thuisbasis van spraakmakende kunstenaars en instellingen, van eeuwenoude instituten tot eendagsvliegen, van uiterst specialistisch tot multidisciplinair, van top tot grassroots, van high tot low culture, van zelfredzaam tot gesubsidieerd. Het aanbod van kunst en cultuur is rijk, breed en veelzijdig. Uit binnen- en buitenland trekt Amsterdam kunstenaars, creatieven, culturele bedrijven en instellingen. En daarmee ook publiek.
Over het algemeen zijn kansrijke aanbieders van kunst en cultuur te herkennen aan drie kenmerken: 1. Ze hebben iets bijzonders te bieden. 2. Ze trekken en binden publiek. 3. Ze hebben hun zaken op orde. Dit brengt de Kunstraad tot de volgende stelling: voor Amsterdamse kunstenaars en cultureel ondernemers vormen het eigen aanbod, het publiek en het eigen ondernemerschap de komende jaren de uitdaging. In de hierna volgende paragrafen lichten wij deze stelling toe met een analyse van knelpunten en mogelijkheden binnen de sector.
1.1 Aanbod:
kwaliteit, eigenheid, relevantie
Het unieke Amsterdamse aanbod is door de eeuwen heen opgebouwd door vele generaties en uit tal van culturen. Wat er in Amsterdam is en speelt, maakt de stad steeds weer onweerstaanbaar voor makers en publiek. Hier wil je je vleugels uitslaan als jonge theatermaker of beeldend kunstenaar. Hier ben je thuis als internationaal podium of museum van wereldklasse. Kunstenaars en instellingen vinden hier niet alleen inspiratie, ontwikkeling en vernieuwing, zij brengen die ook de stad in, van Museumplein tot Volkskrantgebouw, van Waterlooplein tot Vliegbasis De Huygens.
De verovering van Amsterdam
Voor kunstenaars en cultureel ondernemers wordt het steeds lastiger om een plek te veroveren binnen het grote aanbod in Amsterdam. Zij hebben te maken met een veranderende beleving van en belangstelling voor kunst en cultuur. Als onderdeel van de vrijetijdseconomie werken zij in een verdringingsmarkt. Amsterdammers hebben steeds minder tijd en tegelijk groeit het aanbod enorm. De hedendaagse stedeling is kieskeurig, kritisch en lijdt aan vrijetijdshectiek. Economische en demografische ontwikkelingen stellen kunstenaars en cultureel ondernemers voor problemen en uitdagingen. Zij ondervinden steeds meer concurrentie van collega’s. Daarnaast doet de overheid in korte tijd een flinke stap terug en lijkt de maatschappelijke goodwill voor de financiering van kunst en cultuur met publiek geld landelijk af te nemen. Al deze ontwikkelingen maken dat de sector de komende jaren voor grote veranderingen staat. Alle instellingen en makers, of ze nu wel of niet gesubsidieerd zijn, krijgen hiermee te maken.
Op zoek naar balans
Deze tijd vraagt om een gezonde balans tussen motivatie, missie en publieksfunctie. Daar komt een tweetal vragen bij kijken. De eerste is hoe je het werk kunt maken wat je wilt, met behoud van kwaliteit en eigenheid binnen een enorm groot aanbod. De tweede vraag is hoe je daarbij publiek aan je kunt binden.
Om deze vragen te beantwoorden is het in de eerste plaats nodig dat je je leert verhouden tot een sector die overaanbod kent, maar ook overlappingen en lacunes. Daar komt bij dat het onderscheid tussen low en high culture is vervallen en er steeds vaker cross-overs plaatsvinden. Het is nodig om te formuleren wat je specifieke kwaliteit is, waarin je je wilt onderscheiden en waarin je meerwaarde voor de stad zit.
Ten tweede is het belangrijk om te onderzoeken of je aanbod voldoende aansluit bij de wensen en smaken van het publiek in Amsterdam. Het is zaak om te weten wie je doelgroep is en hoe groot deze is, wie je concurrenten zijn en hoe je je kunt onderscheiden. Je moet partners weten te vinden, de samenwerking zoeken en verbindingen leggen. Met een relevant aanbod vergroot je je kansen om een sterke positie te veroveren in het culturele landschap van Amsterdam. Zo lever je een bijdrage aan de diversiteit van het aanbod in plaats van aan de versnippering. Heb je eenmaal een plek veroverd, dan sta je voor de opdracht om je naam en faam elke keer opnieuw waar te maken. Je positie op voorhand claimen, daar komen zelfs vooraanstaande instellingen niet meer mee weg.

De Kunstraad ziet als eerste grote uitdaging voor de Amsterdamse cultuursector:
kwaliteit leveren en je plek binnen het gevarieerde aanbod vinden en behouden.

1.2 Publiek:

kennen, vinden, binden
Zes miljoen bezoekers in musea, drie miljoen in theaters en concertzalen, 350.000 op kunstbeurzen, 130.000 bij buurtpodia. Jaarlijks maken 2,8 miljoen mensen een boottocht op de monumentale grachten. Amsterdam mag zich verheugen in een grote belangstelling voor kunst en cultuur. Veel Amsterdammers en bezoekers van de stad weten de weg naar het culturele aanbod te vinden. Het cynisch geschetste beeld van lege zalen met tien mensen op de eerste rij gaat niet op.

Op zoek naar publiek
Steeds vaker staan kunstenaars en cultureel ondernemers in Amsterdam voor vragen die raken aan het bestaansrecht van hun werk. Hoe vind en bind je publiek voor je podium, museum, gezelschap, lezing of danceperformance? Hoe zorg je voor herhaalbezoek naast de stroom bezoekers en grootverbruikers? Hoe gaat het je lukken om je initiatief, museum, podium of gezelschap in te bedden in een samenleving die sterk van samenstelling en belangstelling verandert. Houd je vast aan wat je zelf mooi of belangrijk vindt of leg je je oor te luisteren? Hoe bereik je de generatie die nog niet of nauwelijks in aanraking is gekomen met jouw discipline? Hoe kun je een sterkere verbinding tussen de professionele praktijk en de amateurkunst bewerkstelligen? Ontwikkel je cultuureducatie omdat je je verantwoordelijk voelt voor de toekomst of omdat de subsidiegever het je oplegt?
Je kunt publiek interesseren, informeren, betrekken en behouden door je te verdiepen in de leef- en denkwereld van je beoogde fans. Je doelgroep bepalen, je focus en positionering kiezen te midden van het aanbod in de stad en daarbuiten, het hoort allemaal bij cultureel ondernemerschap. Je hebt allerlei instrumenten tot je beschikking: collectieve promotie, interactieve presentaties en sites, speciale vriendenprogramma’s en incentives, verbindingen met media (bijvoorbeeld AT5, RTV N-H, AVRO, NRC), samenwerkingen met kunstopleidingen en inzet van studenten. De ontwikkeling van de sociale media biedt een sector die het van fans en vrienden moet hebben, ongekende kansen om die niet alleen te vinden en te binden, maar vooral ook te leren kennen. Met een proactieve strategie kun je ook in 2025 volle zalen trekken.
Investeren in draagvlak
Publieke belangstelling wordt steeds belangrijker voor de continuïteit van je bedrijf of activiteit. Kunst laat zich nooit reduceren tot een economische activiteit, maar als het gaat om de financiering met publieke middelen, heeft de overheid behoefte aan draagvlak voor en legitimatie van die investering. Hierin verschillen kunst en cultuur niet van sectoren als onderwijs, wetenschap, infrastructuur en natuur en milieu. Wat betekent dit voor je presentatiebeleid, programmering of identiteit? Hoe voorkom je dat ‘als er maar veel volk komt’ de norm wordt voor wat je doet?
Juist bij kunst kunnen publieksaantallen niet altijd gelden als criterium voor succes of zelfs subsidie. Experimentele kunst, waarbij innovatie, onderzoek en de intrinsieke waarde voorop staan, heeft grote waarde voor Amsterdam. Daar is volop ruimte voor in allerlei productiehuizen, broedplaatsen, ateliers en op straat. Klein en onopgemerkt, grass-roots en rafelranden, dat alles is belangrijk en heeft potentieel. Evengoed, wie een beroep doet op de overheid heeft een steekhoudend verhaal nodig waarom zijn initiatief een investering met publieke middelen verdient.
De Kunstraad ziet als tweede grote uitdaging voor de Amsterdamse cultuursector:
publiek kennen, vinden en binden en erin investeren.

1.3 Ondernemen:

prestatie, innovatie, organisatie
Je kunt een kwalitatief goed en onderscheidend aanbod en een eigen publiek hebben, maar dan komt het altijd ook nog op de zaken aan. Kunst en cultuur en ondernemen gaan vanzelf samen. Meer en meer werken kunstenaars en cultureel ondernemers aan een optimale bedrijfsvoering en ontwikkelen zij kennis van de zakelijke kant van het artistieke bedrijf.
Tegelijkertijd is het klimaat om cultureel te ondernemen verre van ideaal. Door bezuinigingen vallen vertrouwde geldstromen weg. Steeds meer aanvragers overvragen de fondsen voor steeds grotere bedragen. De economische crisis en de veranderende belangstelling en betrokkenheid van overheid en publiek leggen een grote druk op kunstenaars en cultureel ondernemers. Het is logisch dat de cultuursector, al dan niet noodgedwongen, zoekt naar een nieuwe mix van eigen inkomsten en publieke en private investeringen. Terwijl de cultuurmanager voorheen werd gewaardeerd om zijn capaciteiten als subsidieaanvrager en zijn overheidsnetwerk, worden van hem of haar nu vooral een ondernemende houding en beheersing van de taal van sponsoring en bedrijfsleven verwacht. Voor bedrijven valt er vast nog iets te leren op het gebied van geven, voor kunstenaars op het gebied van verkopen. Plannen en ambities blijven belangrijk, maar de samenleving kijkt steeds meer naar wat je uiteindelijk realiseert en presteert.
Innovaties in ondernemerschap
Ondernemen is risico’s nemen, de schouders eronder zetten en oplossingsgericht werken. Kunstenaars en cultureel ondernemers zijn gewend om vooral op inhoud te sturen en daar kostenplaatjes aan te verbinden. Het is tijd om het eens om te draaien en te kijken wat je kunt doen voor het budget dat je hebt. De cultuursector moet laten zien dat ze met een vastgesteld budget creatief uit de voeten kan.
Huisvesting is kostbaar, zeker in monumentale historische panden. Als kunstenaars en cultureel ondernemers op zoek gaan naar passende, betaalbare locaties, hoort daar vanuit de kant van de overheid goed huisvestingsbeleid bij. Dat vergt een ondernemende houding van het stadsbestuur.
In Amsterdam is de tijd rijp voor nieuwe praktische constructies. In bepaalde gevallen kan een pand eigendom worden van de instelling en als basis dienen voor exploitatie. Dit is een wens van bijvoorbeeld Paradiso. Daarnaast kun je diensten en voorzieningen delen. Neem een voorbeeld aan het Amsterdam Museum dat de back-office wil gaan delen met allerlei culturele organisaties in de buurt.
Als de overheid zich anders gaat opstellen, is het voor kunstenaars en cultureel ondernemers die om publieke investeringen vragen, ook zaak zich anders te gaan gedragen. Er valt nog een wereld te winnen voor de sector. Er is dringend behoefte aan innovatie op terreinen als bedrijfsvoering, strategisch management en personeelsbeleid. Medewerkers aanspreken op resultaat en output staat bij veel cultureel ondernemers nog in de kinderschoenen. Wil je niet alleen overleven, maar ook groeien en bloeien, dan heb je zowel artistieke als organisatorische kwaliteiten nodig.

De Kunstraad ziet als derde grote uitdaging voor de Amsterdamse cultuursector:
prestaties meten, nieuwe oplossingen zoeken en organisaties professionaliseren.

Hoofdstuk 2:

Kunst als kernwaarde
De samenleving vraagt kunstenaars en cultureel ondernemers om een gezonde balans te zoeken tussen aanbod, publiek en ondernemen. Kunstenaars en cultureel ondernemers mogen van de overheid verwachten dat zij op die drie punten helderheid verschaft over welke rol zij daarbij wil en kan spelen.
De Kunstraad acht het in het belang van Amsterdam dat het stadsbestuur hierin keuzes maakt die deels in het verlengde liggen van het huidige beleid en de geformuleerde doelen, maar deels ook een breuk vormen met gangbare opvattingen en ingesleten gewoontes. Om de stad van Spinoza te kunnen bouwen heb je, naast daadkracht en durf, ook doorzettingsvermogen nodig.
De beste bijdrage die het stadsbestuur kan leveren aan een sterke cultuurstad is kunst en cultuur samen met de Amsterdammer in het dagelijks werk voorop te zetten. Als het voltallige college kunst als kernwaarde omarmt, ontstaat er urgentie voor verbetering van de infrastructuur en een goede afstemming rond evenementen. Concrete voorbeelden zijn de herinrichting van het Leidseplein en een geval als IDFA vs. Winterland (een kerstmarkt past niet op de rode loper van een documentairefestival met internationale allure). Als het college kiest voor kunst en cultuur als kernwaarde, creëert dat draagvlak voor collectieve promotie en citymarketing, alsmede voor gemeentelijke opdrachten voor buitenkunst.
Gemeentelijke afdelingen kunnen kunstenaars en cultureel ondernemers nog veel meer dan nu betrekken bij beleid en activiteiten als bouwprojecten, broedplaatsen, onderwijs en sociale zaken. Het stadsbestuur kan inhoud geven aan publiek-private samenwerking en een geefcultuur bij burger en bedrijf stimuleren.
Door kunst voortdurend en zichtbaar binnen het eigen programma te agenderen kan het stadsbestuur meer voor de cultuursector betekenen dan alleen met plannen en geld. Als de stad zegt ‘wij zien kunst en cultuur als onvervreemdbare kernwaarde voor Amsterdam en alle Amsterdammers,’ ontstaat er een klimaat waarin Amsterdammers groeien en kunsten gedijen.
Waar de kunst wint, wint de stad
De winst die dit uitgangspunt oplevert voor kunst en cultuur, komt ook ten goede aan de stad als geheel en daarmee aan alle Amsterdammers. Misschien is de grootste winst wel dat de stad een relatie aangaat met de cultuurwereld in zijn geheel. Als je de hele Amsterdamse cultuurwereld als uitgangspunt neemt, maak je je blikveld ineens een veelvoud breder, want de subsidiestromen bereiken maar een beperkt deel van het totale aanbod. In plaats van één keer in de vier jaar uit te pakken voor een selecte club uitverkorenen, ben je dagelijks bij elkaar in beeld als partners met een gezamenlijk belang: de versterking van de stad als plek waar mensen zich ontwikkelen en in vrijheid tot elkaar verhouden. Welke initiatieven en instellingen de stad vervolgens met gemeentelijke gelden ondersteunt, is dan niet meer het startpunt van de discussie. Het zijn dan keuzes geworden die volgen uit een integrale visie op de ontwikkeling van Amsterdam.
Uitgaande van de ambitie dat Amsterdam voor bewoners en binnen- en buitenlandse bezoekers als cultuurstad the place to be blijft, heeft de Kunstraad drie adviezen voor het stadsbestuur. Aansluitend op 1.1 Aanbod: kwaliteit, eigenheid, relevantie adviseren wij de stad om te kiezen voor investeringen in de herkenbare top én de vruchtbare grond. Aansluitend op 1.2 Publiek: kennen, vinden, binden adviseren wij de stad om te investeren in generaties. Aansluitend op 1.3 Ondernemen: prestatie, innovatie, organisatie adviseren wij de stad om meetbare resultaten te financieren. In de hier volgende paragrafen lichten wij deze adviezen kort toe.
De Kunstraad wil er nog één advies aan toevoegen: heb vooral het lef om krachtige keuzes te maken voor kunst en cultuur. Lef is van oorsprong Hebreeuws en betekent ‘hart’ of ‘moed’. Het woord gaat ook over iets ondernemen op goed geluk, op avontuur durven gaan, zelfs als je er soms achterkomt dat je overmoedig was. Lef is typisch Amsterdams.
De Amsterdammer wordt ermee geboren. Wie van ver komt en het lef heeft om Amsterdammer te worden, eigent het zich toe.
Met lef en krachtige keuzes is Amsterdam een stad waar kunst een kernwaarde is, waar toppers prominent schitteren en tal van experimenten in de luwte plaatsvinden, waar steeds weer nieuwe generaties Amsterdammers voor kunst staan en waar kunstenaars en cultureel ondernemers een stevig draagvlak genieten.

2.1 Aanbod:
kies voor de herkenbare top en de vruchtbare grond
In allerlei kunst- en culturele disciplines zijn er steden en landen waar het beter, sneller kan dan in Amsterdam, met hogere budgetten en meer publiek. Toch heeft Amsterdam van zichzelf genoeg lef, eigenheid en kwaliteit om internationaal smoel te hebben. Het imago van Amsterdam ontleent zeggingskracht aan de grote, aansprekende kunstscene van de stad. Het beleid van het stadsbestuur is er de afgelopen jaren op gericht geweest om dit te versterken.
Ken je kracht
De Kunstraad adviseert om te kiezen voor enkele topinstellingen en ruim baan te geven aan het experiment aan de basis. De kracht van Amsterdam ligt in de bewezen toppers als klassieke muziek, toneel, musea, monumentaal erfgoed en dans. Daarnaast zijn er diverse plekken met stevige grassroots waar het experiment plaatsvindt en groeibriljanten te vinden zijn. Investeer in de internationale zichtbaarheid van unieke parels als het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum, De Nederlandse Opera, Toneelgroep Amsterdam, het IDFA en de monumentale grachten. Versterk de top en beloon kansrijke initiatieven. Kies voor óf meer investeren óf stoppen als iets niet (meer) spraakmakend is of alleen een incrowd bedient.
Als je kiest voor herkenbare top en vruchtbare grond, kies dan ook voor samenvoeging of stoppen in plaats van nog meer nieuwe podia te bouwen. Kies dan ook voor dans in plaats van nieuwe danspaleizen. Kies voor buurtfuncties, maar laat bij de verdeling van subsidie het kleinschalige lokale initiatief niet concurreren met grootstedelijke internationale initiatieven. Kies voor een breed programma voor internationale culturen in plaats van een stenen huis voor de islamitische cultuur. Bij al deze onderwerpen ligt een kans voor het stadsbestuur om heldere keuzes te maken wie, wat en waarom het steunt. Vanzelfsprekend wil de Kunstraad hierbij een goede aangever zijn in de voorbereiding op het Kunstenplan.
2.2 Publiek:
kies voor investeren in generaties
Hoewel het maatschappelijk belang van kunst en cultuur onder druk staat, maken kunst en cultuur onverminderd deel uit van het dagelijks leven van alle Amsterdammers. Op straat, op school, thuis en natuurlijk in het theater of het museum.
Amsterdam heeft een uitgesproken ambitie om alle Amsterdammers te betrekken bij kunst en cultuur. Iedereen mag er kennis mee maken en beleven wat het voor je kan betekenen. Eerst ging het vooral om de betrokkenheid van specifieke doelgroepen. Nu gaat het om de betrokkenheid van alle Amsterdammers, niet in de laatste plaats van hen die in 2015 van het aanbod gebruik gaan maken. Met dit gegeven kunnen de sector en het stadsbestuur veel meer doen.
Begin bij de basis
De Kunstraad adviseert het stadsbestuur om te investeren in de basis. Het devies is: educatie, educatie, educatie! Als de stad wil dat kunst en cultuur ook in de toekomst in de genen van de Amsterdammers zit, is het zaak om te kiezen voor een investering in de diepte en een gezamenlijke aanpak in het onderwijs op alle Amsterdamse scholen. Zorg daarnaast voor een inbedding van talentontwikkeling, amateurkunst en volwasseneneducatie in het kunst- en cultuuraanbod. Doe dit in alle stadsdelen en in de hele sector, van topvoorziening tot experiment. Zorg voor lokale faciliteiten en moedig sterke verbindingen tussen professionele en amateurkunst aan met financiële prikkels.
Kunstenaars en cultureel ondernemers spelen natuurlijk een actieve rol bij dit permanente educatieproject en bij de ontwikkeling van een goede programmering en aanbod voor jeugd en jongeren. Daarnaast staan zij voor de uitdaging om veel meer mensen te betrekken bij de ontwikkeling en beoordeling van initiatieven en bij publieke investering. Nieuwe concepten als crowdfunding en sociale media bieden uitstekende mogelijkheden om met de Amsterdammer in gesprek te gaan en draagvlak te organiseren. Als het stadsbestuur kunst als kernwaarde omarmt, mag je van iedereen die in de cultuursector werkt, vragen om zich er bewust van te zijn dat hij een relatie heeft met de Amsterdammers. Vanuit dat besef kun je jezelf medeverantwoordelijk maken voor het draagvlak dat de hele sector geniet.
2.3 Ondernemen:
kies voor meetbare resultaten
Financiële bijdragen van het stadsbestuur zijn cruciaal voor de continuïteit en ontwikkeling van het culturele leven in Amsterdam. Vanzelfsprekend wil het stadsbestuur effectief investeren in aantoonbare kwaliteit. Je kunt de doelen, het resultaat en de kwaliteit van de sector echter niet vaststellen en belonen zonder betrouwbare gegevens over ontwikkelingen, publieksbereik en output. In het huidige bestel ontbreken dergelijke data, waardoor het beleid rust op een historisch gegroeide verdeling en ongewisse fundamenten. Hierdoor wordt de verdeling van subsidies kwetsbaar voor kritiek. Een verstandig bestuur kiest voor meten en weten.
Kies zelf ook voor een zakelijkere houding. Ontwikkel in– stru-menten om een benchmark te kunnen uitvoeren. Stel pas maatschappelijke doelen of opdrachten als je weet wat het vertrekpunt is en wat het aantoonbare eindresultaat moet zijn. En stel deze doelen alleen als je er substantieel in wilt investeren. Kies voor sterke, uitvoerbare kunst- en cultuuraccenten in de stad in plaats van zachte, papieren beleidsaccenten.
In het verlengde hiervan adviseert de Kunstraad het stadsbestuur om resultaten te belonen in plaats van plannen. Spreek de gesubsidieerde instellingen aan op hun visie op aanbod, publiek en ondernemen. Maak afspraken op inhoud, doelen en haalbaarheid, organisatie en ondernemen. Beslis daarna of je gaat investeren.
2.4 Heb het lef
De titel van deze verkenning luidt Kies met lef voor kunst en cultuur. Hierin ligt de kern van onze adviezen besloten, als uitkomst van de verkenning die de Kunstraad het afgelopen halfjaar in het veld heeft uitgevoerd. Met een keuze voor kunst en cultuur als kernwaarde geeft het stads-bestuur een krachtige impuls aan kunstenaars en cultureel ondernemers om de juiste balans te vinden tussen aanbod, publiek en ondernemen. En, niet te vergeten, het stads-bestuur geeft de sector als geheel daarmee een erkenning die meer betekent dan een plek in het Kunstenplan.
De keuze voor herkenbare top en vruchtbare grond garandeert een aanbod dat internationaal en lokaal spraak-makend is. De keuze voor educatie betekent investeren in het culturele Amsterdam van de generaties na ons. De keuze voor meetbaar maken prikkelt de sector tot een volwassen en volwaardig artistiek ondernemerschap.
Amsterdam staat nog steeds op de kaart, als stad van monumentale traditie en actueel experiment. Hier vindt de getalenteerde kunstenaar grote klassieke kunst om een bijdrage aan te leveren, hier komt de bezoeker om van die bijdrage te genieten. Hier klinken dwarse, eigenzinnige geluiden aan de rafelrand. En opvallend vaak breken deze geluiden door naar een groot publiek. Dat is geen toeval, dat is ook een kwestie van lef.
Hoe de sector, het publiek en het bestuur vormgeven aan het verhaal van kunst en cultuur, bepaalt hoe Amsterdam zich de komende jaren als cultuurstad ontwikkelt. De komende maanden is er nog tijd voor analyse, debat, verdieping, visie, confrontatie en reflectie. Maar dan komt het moment om keuzes te maken. De Amsterdamse Kunstraad is er klaar voor. Hebben kunstenaars en cultureel ondernemers het lef? Heeft het stadsbestuur het lef? Amsterdam is erbij gebaat.
Bijlage
Deelnemers rondetafelgesprekken en overige geïnterviewden
Eliane Attinger, directeur Ostadetheater
Jacob de Baan, productvormgever
Edwin van Balken, directeur exploitatie DeLaMar Theater
David Bazen, zakelijk directeur Koninklijk Concertgebouworkest
Rabiaâ Benlahbib, directeur Kosmopolis Den Haag
Rob Berends, directeur Kunst en Cultuur Noord-Holland
Boudewijn Berentsen, zakelijk directeur Muziekgebouw aan ’t IJ
Chris Bestebreurtje, directeur-eigenaar Motive Gallery
Ilay den Boer, theatermaker het Beloofde Feest
Jan Rense Boonstra, directeur Museum Het Rembrandthuis
Jelle Bouwhuis, conservator Stedelijk Museum Bureau Amsterdam
Hans Busstra, filmer
Erik Couvee, voormalig adjunct-directeur Amsterdams Fonds voor de Kunst
Ally Derks, directeur IDFA
Erica van Eeghen, zakelijk directeur De Toneelmakerij
Erik van Ginkel, adjunct-directeur Museum Boijmans van Beuningen
Patricia de Groot, redacteur uitgeverij Querido
Meltem Halaceli, auteur/assistent programmamanager Urban Cosmopolitans
Daphne de Heer, directeur SLAA
Stephen Hodes, directeur LAgroup Leisure and Arts Consulting
Diederick Hummelink, Hummelink & Stuurman Theaterproducenten
Kasper Jansen, recensent NRC
Judikje Kiers, directeur Bijbels Museum/Ons’ Lieve Heer Op Solder
Hülya Kilicaslan, fotograaf
Bas Kwakman, directeur Poetry International
Sytze van der Laan, directeur Nederlandse Film en Televisie Academie
Dimitri Lahaut, marktonderzoeker Outsource Research/Stichting Filmonderzoek
Annet Lekkerkerker, zakelijk directeur Holland Festival
Bert Liebregs, directeur De Meervaart
Eymert van Manen, managing partner Eggink Van Manen
Clayde Menso, adjunct-directeur Amsterdams Fonds voor de Kunst
Constant Meijers, hoofdredacteur TM
Paul Mosterd, directeur Stichting Lezen en Schrijven
Sewan Mumcuyan, adviseur
Eppo van Nispen tot Sevenaer, directeur CPNB
Stan Paardekooper, directeur Holland Symfonia
Dorien van der Pas, hoofd speelfilm Nederlands Fonds voor de Film
Jowon van der Peet, zakelijk directeur W139
Wim Pijbes, directeur Rijksmuseum
Simon Reinink, directeur Het Concertgebouw
Jerry Remkes, zakelijk leider Anoukvandijk dc
Ryclef Rienstra, directeur VandenEnde Foundation
Nanette Ris, directeur Muziekcentrum Vredenburg
Vincent van Rossum, architectuurhistoricus Bureau Monumenten en Archief/hoogleraar UvA
Esther Rots, filmer
Axel Rüger, directeur Van Goghmuseum
Radna Rumping, projectmanager N8 (Museumnacht)
Erik Schilp, directeur Nationaal Historisch Museum
Cor Schlösser, directeur Melkweg
Stijn Schoonderwoerd, zakelijk directeur Het Nationale Ballet/Het Muziektheater
Jeannette Smit, directeur Theater Bellevue
Paulette Smit, artistieke staf MC/Hollandse Nieuwe
Marianne Spier, HvA (interactieve media)
Paul Spies, directeur Amsterdam Museum
Rob Streevelaar, directeur Nederlands Philarmonisch Orkest
Alexander Strengers, voorzitter kunstcommissie DNB
Duncan Stuttterheim, directeur ID & T
Benno Tempel, directeur Haags Gemeentemuseum
Mark Timmer, directeur Theater Frascati
Aleid Truyens, auteur/publicist/columnist de Volkskrant
Ernst Veen, directeur Hermitage Amsterdam/
De Nieuwe Kerk
Jacques van Veen, directeur AUB/voorzitter ACI
Hans van Velzen, directeur Openbare Bibliotheek Amsterdam
Raymond Walravens, directeur Filmtheater Rialto
Floor Wullems, directeur Annet Gelink Gallery
Tarik Yousif, creatief directeur Creative Urbans
Vivienne Ypma, directeur De Kleine Komedie
Dianne Zuidema, zakelijk directeur De Balie
Sarien Zijlstra, zakelijk leider School der Poëzie
Colofon
Tekst en rapportage: Andries Mulder
Redactionele bijdrage: Frans Hempen, de zoele haven