topright

 

 

Reactie B&W op advies: 'De nieuwe kunstenplansystematiek - welbeschouwd' PDF Afdrukken E-mail
maandag 23 november 2009

Het College van B&W heeft gereageerd op het advies over de nieuwe kunstenplansystematiek dat op 12 november 2009 is uitgebracht door de Kunstraad. Door het College ingenomen standpunten hebben de Kunstraad ertoe gebracht om op  twee punten te reageren: De in wording zijnde verordening op de Kunstraad (nieuwe stijl) en de dekking van de kosten van de taakverbreding.

 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
t.a.v. de wethouder Kunst en Cultuur
mevrouw drs. C.G. Gehrels
Stadhuis, kamer 3201
Amstel 1
1011 PN Amsterdam
 
 
 
 
 
20 november 2009
uw reactie op ons advies ‘De nieuwe kunstenplansystematiek - welbeschouwd’

 
 
Geacht College,
Naar aanleiding van uw reactie dd 18 november 2009 op ons advies “De nieuwe kunstenplansystematiek welbeschouwd” dd 12 november 2009 merken wij het volgende op.
De Amsterdamse Kunstraad is verheugd dat hij mede dankzij de inspanning van zijn leden er de afgelopen maanden met u in is geslaagd om, m.u.v. het principe van de kunstschouw, op veel punten op hoofdlijnen en soms meer dan dat overeenstemming te bereiken. De gezamenlijke behoefte om voor en met de kunstensector een nieuwe, werk- en houdbare systematiek te bereiken was daarbij leidend. Het gaat nu om de verdere uitwerking waarbij het gemeentebestuur op de advisering door de Kunstraad kan rekenen zoals wij op u rekenen.
Over de figuur van de kunstschouw zal de Kunstraad niet nog eens herhalen wat eerder is gezegd; we zouden schrijven wat we al herhaald hebben: niet doen! Het woord is nu aan de gemeenteraad.
Voor goed begrip staan wij stil bij een enkel punt uit uw reactie.
Uw opvatting dat de nieuwe taken voor de Kunstraad binnen het huidige budget kunnen worden gerealiseerd, berust op verkeerde veronderstellingen. Een vluchtige blik op onze begroting kan u dat leren. De door u veronderstelde mogelijkheden om de kosten van de taakverbreding op te vangen door beperking van het aantal leden per commissie berust op zo’n verkeerde veronderstelling. Honorering van de leden vindt plaats op basis van een door de gemeenteraad vastgesteld vacatiegeld van
€ 100 per vergadering. De door u voorgestane beperking van het aantal leden per commissie, bijvoorbeeld van het huidige gemiddelde van vijf naar drie, levert per vergadering een besparing op van € 200. Op jaarbasis is dat circa € 3.600. Het gehele budget voor vacatiegeld én vergaderkosten is nog geen € 20.000 per jaar. Daarmee kunnen de geschatte meerkosten van circa € 125.000 per jaar niet worden gedekt.
Het leeuwendeel van de kosten betreft de toch al bescheiden en in het licht van de taakverbreding te bescheiden formatie. Drie- van de vierhonderd duizend euro die de Kunstraad de gemeente kost, betreft salarissen voor 3,4 fte. Nog eens een halve ton gaat op aan huur, verlichting en verwarming. De begroting voor dit jaar, waarin het negatieve accres nog niet is verwerkt, is ter herinnering bijgevoegd. Het zal u bij nadere kennisneming van deze cijfers duidelijk zijn dat onze gezamenlijke ambities, bij de verwezenlijking waarvan de Kunstraad een prominente rol speelt, onmogelijk gerealiseerd kunnen worden zonder extra middelen.
 
De nieuwe systematiek moet vorm krijgen in aangepaste dan wel nieuwe verordeningen waaronder die op de Kunstraad. Wij vertrouwen maar al te graag dat u, anders dan gelezen zou kunnen worden uit uw reactie op ons advies, ons daarbij de gelegenheid zult geven het gemeentebestuur daarover tijdig te adviseren. Voor de goede orde en ter voorkoming van misverstanden verwijzen wij hiervoor naar de toelichting op de bestaande verordening, met name naar de passage waarin als opdracht aan de Kunstraad is vastgelegd dat hij “adviseert ten aanzien van belangrijke bestuurlijke beslissingen”.
Namens het bestuur van de Amsterdamse Kunstraad,
hoogachtend,
 
 
 
 
 
Bert Janmaat, Jan Riezenkamp,
algemeen secretaris voorzitter
 
 
 
 
 
 
 
 
Copyright © 2007 Amsterdamse Kunstraad