De AKr streeft naar een zo groot mogelijke transparantie. Wij zullen de Amsterdamse culturele instellingen via onze website op de hoogte houden van onze procedure en onze personele bezetting. Voor vragen kunt u in de aanloop naar de advisering Kunstenplan 2013-2016 en gedurende het proces altijd terecht bij het bureau van de kunstraad.
Op 30 november heeft de gemeenteraad de Hoofdlijnennota Voor de stad en de kunst vastgesteld. De criteria voor de beoordeling, artistieke kwaliteit, cultureel ondernemerschap, publieksbereik en het belang voor de stad, staan daarin helder verwoord. De hele nota is te vinden op de speciale website van DMO Kunst en Cultuur www.amsterdam.nl/kunstenplan.
Voor de toedeling van de beschikbare middelen is het van belang dat Amsterdam met ingang van 2013 een culturele infrastructuur heeft, bestaande uit een functionele ruimte op naam, een functionele ruimte met functies waar meerdere gegadigden op in kunnen schrijven en een vrije ruimte.
Functies op naam
Het totaal beschikbare budget in deze ruimte is 55 tot 56 miljoen euro.
Het bestuur van de kunstraad heeft besloten dat de suggestie om het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) te vrijwaren van een bezuiniging, zoals de nota aangeeft, wordt gevolgd. Dit betekent dat de bezuiniging op de overige 16 instellingen in de functionele ruimte op naam ( klik hier voor de namen met de huidige subsidiebedragen ) gemiddeld 12 procent zal bedragen. De AKr zal op basis van de aanvragen besluiten om te adviseren of een instelling meer of minder dan 12 procent moet bezuinigen. Bij de verdeling zullen wij het verschil dat de gemeenteraad maakt tussen producerende instellingen (minder dan gemiddeld bezuinigen) en niet producerende instellingen (meer dan gemiddeld bezuinigen) laten meewegen. De AKr verwacht van de instellingen dat zij met realistische plannen komen, die voldoen aan de criteria van de Hoofdlijnen 2013-2016. In zijn advies zal de AKr ten aanzien van deze instellingen niet de kaasschaaf hanteren maar differentiëren op basis van de prestaties uit het verleden en de kwaliteit van de ingediende plannen.
Functies niet op naam
De gemeenteraad heeft 12 à 13 miljoen ter beschikking gesteld voor 16 functies die zij onmisbaar acht voor de stad. Voor deze functies zullen meerdere kandidaten in de race zijn. De bezuiniging zit hier in de beperking van het aantal grootstedelijke podia. Er komen in de binnenstad slechts 4 podia voor subsidie in aanmerking, waarvan 1 met een debatfunctie. Daarnaast is er ruimte voor 4 buurtaccommodaties, 2 presentatie-instellingen beeldende kunst, 1 presentatie-instelling fotografie, een jeugdtheatergezelschap, een stadgezelschap voor de dans en 2 productiehuizen met een podium, waarvan 1 voor de dans en een voor theater.
Instellingen die de beste kwaliteit-prijs verhouding leveren, maken de meeste kans om opgenomen te worden in de functionele ruimte niet op naam. Wie overvraagt, verkleint zijn kansen. Ook hier zal de AKr in zijn advies rekening houden met de prestaties uit het verleden en de kwaliteit van de plannen. Verder zal de verscheidenheid van podia en aanbod een rol spelen.
Vrije ruimte
Voor de vrije ruimte heeft de gemeenteraad 14,6 miljoen euro ter beschikking gesteld. Ten opzichte van het huidige kunstenplan is hier bezuinigd op het overhevelen van ‘bekwamen’ naar het AFK en het overhevelen van 1 miljoen van het AUB naar de begroting van Economische Zaken. Het budget voor de vrije ruimte wordt verdeeld over 11 disciplines. Podia kunnen niet meedingen naar een plek in de vrije ruimte. Vanwege de bezuiniging op de BIS zal de druk op de vrije ruimte vrij groot zijn. Van het totale budget voor het kunstenplan heeft de gemeenteraad 18 procent ter beschikking gesteld voor de vrije ruimte. Wij denken dat vooral in de hoek van de podiumkunsten de aanvragen het beschikbare budget ver zullen overtreffen. Hoe gaat de AKr daar mee om?
Vanaf 7 februari wanneer de subsidieaanvragen ter advisering bij ons binnenkomen, zullen de vakcommissies, die u op onze website kunt vinden, zich buigen over alle aanvragen. De individuele leden van de commissies zullen in eerste instantie elke aanvraag in hun commissie bekijken en beoordelen. Daarna beginnen de vergaderingen over de aanvragen. Deze beraadslagingen zullen plaatsvinden achter gesloten deuren. Per commissie zullen de aanvragen in een rangorde geplaatst worden. Het hoogst zullen scoren de instellingen die excelleren op het punt van artistieke kwaliteit en de overige criteria uit de Hoofdlijnennota, instellingen die een grote meerwaarde leveren (veel waar voor subsidiegeld), instellingen die onmisbaar zijn in de keten.
Op grond van de preadviezen van de vak commissies zal het bestuur van de AKr in een finale afweging een advies opstellen waarin staat waarom welke instelling voor welk subsidiebedrag zal participeren in het kunstenplan 2013-2016.
AKr volgen op twitter
In het artikel Procedure Kunstadvisering is het amendement van d’66 dat is aangenomen op 30 november 2011 met betrekking tot buitenschoolse kunsteducatie
De gemeente blijft de komende jaren ook muziek- en theaterles buiten de schoolmuren ondersteunen. De gemeenteraad besloot dit gisteravond op voorstel van D66-fractievoorzitter Jan Paternotte. Het voorstel, dat samen met de fracties van GroenLinks, CDA en VVD werd ingediend, was nodig omdat wethouder Gehrels (Cultuur) in de Hoofdlijnennota Kunst & Cultuur had voorgesteld om cultuureducatie buitenschools voortaan volledig door ouders zelf te laten betalen.
Nog niet verwerkt. Daarmee is de informatie niet juist. Is het mogelijk deze aan te passen?